Ik fietste naar de Hurk, een industrieterrein hier in Eindhoven, om te gaan kijken bij de kaviaarproducent waar sinds kort mijn middelste broer en een vriend van me werken. Mijn broer, een voormalig chefkok, is in dienst genomen om de kaviaar te verkopen aan horeca en leveranciers, zowel hier als internationaal. Toen hij er een tijdje werkte regelde hij dat die vriend van me, die al een poosje zonder werk zat, er ook aan de slag kon; hij werkt in de hal met de bassins vol steur.

Mijn broer leidde me rond. De hal was enorm. Rij na rij met die blauwe bassins. Waterfilters, zoals die van een aquarium, maar dan zo groot als de cabine van een vrachtwagen, de vissen en het water zorgvuldig gemonitord door techniek en een bioloog, die vast in dienst is. Ook in dienst is een grote Rus, die de kaviaar op smaak brengt, bij wie kaviaar al generaties lang in de familie zit. De kaviaarmeester, als het ware.

Mijn broer en ik liepen langs die bassins. De steuren varieerden van dertig centimeter tot een meter lang.  Pas na zeven jaar kun je kaviaar uit ze halen. Ze zwommen langs elkaar heen. Sommigen staken hun kopje steeds even boven water. Oogjes die voorbij het begin der tijden leken te kijken. Mijn broer pakte er eentje uit het water, met één hand. Een kleintje. Ik mocht hem vasthouden. De schubben waren hard en taai, alsof ik een kleine krokodil vasthield. ‘Voel je die kracht?’ Ja, die voelde ik. ‘Zo voelt een dinosaurus,’ zei hij. 

Mijn vriend liep daar ook rond, met die grijns die ik zo goed ken. Hij droeg rubberen laarzen. Ik legde mijn hand op zijn buik, die een stuk minder bol stond dan voorheen. ‘Alweer vier kilo kwijt, jongen,’ zei hij trots. Want hij moet dus de hele tijd met de grote, levende steuren sjouwen. Soms, als hun geslacht bepaald moet worden, tientallen op een dag. Mijn broer, een grote kerel die zelf ook wel een buikje heeft, lachte en zei: ‘Dit is het beste wat hem had kunnen overkomen.’

We liepen langs een betegelde ruimte, een beetje zoals de kleedkamer van een zwembad. Daar stonden twee kerels met een steur. Eén van hen mepte de steur met een houten knuppel op de kop. Toen werd de steur ondersteboven opgehangen, sneden ze zijn strot door en bloedde hij dood. De Halal-methode is dat, geloof ik. Het was een mannetjessteur; die worden alleen gebruikt voor het vlees en de huid, waar leer van wordt gemaakt. (Tasjes, riemen, etc.) 

Ik fietste door de zon naar huis. Wat wonderlijk, dacht ik. Hoe het allemaal gaat. Hoe we terecht komen waar we terecht komen. Vriendschap. Familie. De mens en de dingen die we doen. Kleine dinosaurussen in blauwe bassins. The finest caviar, gewoon uit Eindhoven. Dat het allemaal mogelijk is. Dat het allemaal zomaar kan. 


Ik verstuur deze stukjes ook als nieuwsbrief. Klik HIER als je dat leuk vindt. Ik schreef ook een roman: Bidden en vallen.