Nou, hier ben ik weer hoor. Een tikkeltje timide. Misschien zelfs met wat schaamrood op de kaken. Gisteren plaatste schrijver Jan van Mersbergen een stukje op zijn site. (Ook hij schrijft stukjes, en vaak heel goede.) Naar aanleiding van mijn vijfdaagse stukjes-stop, vorige week, schreef hij: Zomaar stoppen met die stukjes is niet oké. Juist dat stoppen bevestigt de verwachting die er steeds al was, namelijk dat Henk bij het verschijnen van zijn laatste (erg mooie) roman weer stukjes ging schrijven, dagelijks, daar weer mee zou gaan stoppen als de roman langzaam weer uit de winkelschappen zou verdwijnen. Stukjes als promotie.

Ik schaam me niet omdat hij me door heeft. Ik schrijf mijn stukjes niet ter promotie. Al vind ik het natuurlijk wél fijn als ze mensen nieuwsgierig naar mijn boek maken. Het was meer dat ik de leegte na het boek wilde vullen, en omdat ik niet meteen aan iets nieuws wilde beginnen. De vingers warm houden. Kijken of ik het kon: met die frequentie kleine verhaaltjes schrijven.

En ik denk eigenlijk dat Jan dat óók niet echt denkt, dat mijn stukjes alleen ter promotie zijn. Ik denk dat hij gewoon hoopt dat ik schrik van zijn aantijging en daardoor het tegendeel wil bewijzen, en als de wiedeweerga weer begin te tikken. Omdat hij me gewoon niet kan missen. Want hij schreef ook: En nu kijk ik iedere dag drie keer op Henks facebookpagina of hij zich misschien bedacht heeft, of er toch weer een stukje is, en ook kijk ik op zijn site om te zien of Facebook misschien een linkje gemist heeft.

Maar misschien is het hierom dat ik me een beetje schuldig voel: Als je in een relatie zegt: ‘Deze week even niet.’ Dan zegt de ander: ‘Nou, dan ben ik weg.’ Dan is het vertrouwen er niet meer. Daar zit wat in. Die voel ik wel.

Och, en écht schuldig voel ik me nu ook weer niet. Ik heb het idee dat ik wat minder principieel ben dan Jan. Ook Alex Boogers zit me vaak op de huid. Hij zegt dan dat al mijn columns en journalistieke klussen me afleiden van waar het werkelijk om zou moeten draaien: De Roman. Zo is hij, maar zo ben ik niet. Ik moet ook gewoon geld verdienen, wil ook gewoon lol maken. En ik wéét nooit precies waar het werkelijk om moet draaien. Een beetje comfortabel kunnen leven, een beetje kunnen liefhebben, je een beetje kunnen verwonderen. Verder zou ik het ook niet weten.

Maar goed, we zullen zien. Hoe het verder gaat met die stukjes van me. Dit is er in ieder geval alweer eentje. Op een zondag, geheel tegen alle routine in. Wat heerlijk inconsequent weer van me.


Gisteren verscheen mijn grote interview met cabaretier Patrick Laureij in Volkskrant Magazine. Ik ben daar heel trots op. Ik wilde heel graag zijn verhaal opschrijven, en moest me daarbij bekwamen in de Q&A-vorm, die, op z’n zachts gezegd, nogal anders is dan mijn gebruikelijke stijl van schrijven. Ook liftte ik mee met Paul de Leeuw. En ja, ik schreef een roman: Bidden en vallen.