Na het sporten, vanochtend, liep ik de kleedkamer van Basic-Fit in. Nog twee weken, dan ben ik hier weg. Of ik ga weer thaiboksen – als m’n schouderblessure het eindelijk toelaat – of ik ga naar een sportschool die niet oranje is, waar wel een bokszak hangt en waar ik niet steeds depressief vandaan kom.

Ik liep die kleedkamer in en onderging de drie à vier minuten die me sindsdien niet meer loslaten. Er waren twee andere mannen in de kleedkamer. Toen ik naar binnen liep kwam één van die twee andere me net tegemoet. Man van begin veertig, wit, type vertegenwoordiger. Zijn haar was nog nat van het douchen. Hij droeg slippers en een wit shirt.

Ik ving een flard van hun gesprek op. De man zei: ‘… want wat diegene hier net op de wc heeft gedaan, nou, daar is iets misgegaan.’ Hij zei het opgewekt, bijna zingend. Nu ging hij voor de spiegel zijn haar staan kammen. De andere man, meer een jongen – tattoos, gespierd, petje op, grote koptelefoon, in zichzelf gekeerd – mompelde: ‘Ja, kan ik me voorstellen.’ De twee kenden elkaar niet. De jongen mompelde omdat hij niet per se op het gesprek zat te wachten, vermoed ik. Noch zal hij het zijn begonnen.

Eerst dácht ik het alleen maar te zien, maar toen zag ik het echt: de man voor de spiegel liep in zijn blote pik. Nu is dat natuurlijk helemaal prima in een kleedkamer, maar hij had dus wel een wit shirt aangetrokken, en was in zijn slippers gestapt. Om vervolgens zonder onderbroek zijn haar te gaan staan kammen.

De gêne van die andere jongen trok ook in mij. De man voor de spiegel floot. Het had iets flirterigs. Volgens mij vond hij het fijn dat wij zijn pik zagen. Hij bleef zijn haar kammen, zelfs nog toen het allang goed zat.

Maar het was vooral de combinatie met die ene zin die ik hem had horen zeggen. Over die wc. Blijkbaar was hij een wc binnengestapt en had daar een ravage aangetroffen. (Kak op de bril? Tegen de muur?) Hij had dat gezien en was toen vrolijk gaan douchen. Hij was erover begonnen tegen die jongen, alsof het over het weer ging. In zijn blote pik. 

De pik was niet groot. Ook niet belachelijk klein of zo. De ballen waren ongeveer even groot als de pik, en alledrie waren ze wat donkerder dan de rest van zijn huid, waardoor het leek alsof hij drie kleine dennenappels bij elkaar had gebonden. Maar door die opmerking over de wc leken het ook ineens drie drolletjes die daar hingen. 

Op z’n gemak pakte hij nu z’n tas in. Lekker fris in zijn witte shirt, op zijn slippers. Pas als allerlaatste trok hij een onderbroek aan.

Toen hij weg was bleven de jongen en ik alleen achter in de kleedkamer. We keken elkaar niet aan. We zwegen. Ik haastte me en maakte dat ik wegkwam. 


Abonneer je HIER op deze stukjes. Mijn laatste boek heet Wij zeggen hier niet halfbroer.