Ik zat in de taxi, onderweg naar Dries Roelvink voor Volkskrant Magazine. Ik was al te laat en op het tramspoor stond een busje met motorpech, dus daarom de taxi. We reden van station Zuid naar de woning van Roelvink, aan de PC Hooft.

De taxichauffeur was zwijgzaam. Toen ik hem het huisnummer vertelde zei hij: ‘Dat is boven Oger, toch?’ Ik had geen idee. Ik zei alleen maar: ‘Dries Roelvink woont er.’ Waarop hij knikte en licht grijnsde; Dries en hij hadden vroeger in dezelfde buurt gewoond. Daarna zweeg hij weer.

Ik hou niet van praten met taxichauffeurs maar ik hou ook niet van zwijgen met taxichauffeurs. Ik ga sowieso al slecht om met stiltes in gezelschap. Het kost me energie. Smalltalk kost me energie en zwijgen kost me energie, dus in feite maakt het niet uit. Ik voel een soort voltage, ik verbruik stroom. Het put me uit.

Als de stilte te lang duurt krijg ik dwanggedachten. Dan wil ik keihard een boer laten. Of heel hard roepen: ‘ZO! NOU! HET IS BEPAALD GEEN LEKKER WEER VANDAAG HE! TJONGEJONGEJONGE NOU!’

De stilte duurde te lang. Ik bestudeerde de taxi. Bovenop het dashboard zaten gaatjes; ik denk van een speaker. In één van die gaatjes was een Hollands vlaggetje gestoken; zo eentje die normaal in een kaasblokje zit. Aan de voorkant, bij de knopjes van de verwarming, was een pasfoto van een meisje geplakt. Ik gok van een jaar of zestien. Een schoolfoto.

Ik staarde er net iets te lang naar, voelde ik. De chauffeur kreeg het in de gaten. Ik kreeg in de gaten dat hij dat in de gaten kreeg. Ik wilde de angel uit het moment halen en zei: ‘Mooi meisje.’

Hij zweeg even en zei: ‘O ja?’ Hij keek naar me, lette niet meer op de weg. Waarop ik zei: ‘Ik bedoel leuk.’ Hij knikte, keek weer naar de weg en zweeg.

Het voltage was nu zo hoog dat ik uit mijn lijf wilde barsten en als een geraamte uit het dakraam wilde klimmen.

We passeerden een yogastudio. Hot yoga, stond er op het raam. Heel design en hip en Amsterdam. Mijn escapisme was nu echter zo groot dat ik wenste dat ik daarbinnen was, zwetend tussen die aanstellers. Maar toen ik er eenmaal binnen was – toen ik in gedachten echt in die yogastudio zat – zag ik buiten mijn taxi voorbijrijden, en wilde ik de deur uitrennen om erin te springen.

Eigenlijk is het heel simpel: ontsnappen is nooit, nóóit een optie.


Leuk als je deze stukjes wilt delen. Er is geen krant die ze verspreidt, ik schrijf ze op eigen initiatief, dus ik heb alleen jullie. Je erop abonneren kan ook, namelijk hier.