Ik zat bij de frietchinees hier in de straat met mijn zoons te wachten op drie euro friet, een frikandel en een mexicano. Het was Koningsdag en ik was moe en een beetje aangeschoten. Er was verder één vrouw. Ze zat aan een tafeltje en keek naar ons. Mijn zoons waren druk, maakten lawaai. Ik riep ze wel tot de orde, maar zonder veel overtuiging. Toen het te gortig werd duwde ik ze allebei tegelijk de deur uit, de stoep op, en sloot achter hen de deur.

‘Kinderen luisteren niet meer tegenwoordig,’ zei de vrouw.

Ik was meteen woedend. ‘O nee?’ zei ik. ‘Tegenwoordig niet meer?’

‘Nee,’ zei ze. ‘Dat komt door de maatschappij. Omdat nu alle moeders werken.’

‘O!’ riep ik. ‘Is dát het?’

‘Ja,’ zei ze. ‘Dat is het.’ En ze nam een hap van iets vettigs.

Woedend. Omdat ik in haar ogen ineens zag wat mensen zo lelijk maakt. Denken de wereld te begrijpen. Er niets meer over verteld te hoeven worden. Alle capaciteit tot verwondering en twijfel met luie arrogantie overgroeid. Denken dat je weet hoe het vroeger was, denken dat je weet hoe het nu is, denken dat je weet waar het allemaal door komt. Alsof het niet allemaal volstrekt onbegrijpelijk is, te beginnen bij het wonder van die cluster sterrenstof die je bent; de beperking van je eigen gedachten en bewustzijn. Die dingen helemaal niet meer meenemen in je overwegingen en uitspraken. Gewoon met je gezapige kutkop naar de wereld kijken en heel lui een beetje zeggen wat er mis mee is. Met een vette snack in je bakkes. Bij de frietchinees.

Ik zei al: ik was moe en een beetje aangeschoten. En waarschijnlijk baalde ik dat ik die jongens niet onder controle had. Ik voelde de beperkingen van wie ik ben en wat ik kan. Mijn beperkte macht over mijn jongens, over mezelf. En dan moeten omgaan met zo’n mens dat het allemaal wel even kan uitleggen.

Ik wilde een frietje saté tegen haar gezicht drukken. Maar dat deed ik niet. Ik liep met mijn bestelling naar buiten en zei: ‘Fijne dag nog tegenwoordig.’


Laatste stukje van de week. Morgen in Volkskrant Magazine mijn treinreis met schrijver Walter van den Berg. Mijn stukjes verstuur ik ook per nieuwsbrief. Mijn roman heet Bidden en vallen.