Gisteren werd ik gebeld door de redactie van Pauw. Een groep ontevreden reizigers klaagt de NS aan. In Volkskrant Magazine lift ik wekelijks met iemand mee, vaak ook met de trein, en was het niet leuk als ik daarover kwam kletsen?

Dit gebeurt me vaker. Door DWDD werd ik gevraagd om te komen praten over een verzamelbox van The Clash. En ook: was ik misschien fan van Arnold Schwarzenegger? Ik zeg dit niet om te pochen. (Of wie weet een heel klein beetje; ijdelheid werkt heel geniepig.) Het zullen de tatoeages zijn, of weer eens een fris gezicht op de buis.

Steeds zeg ik nee. Tuurlijk, ik vind London Calling van The Clash heel goed, maar ben ik een expert? Tuurlijk, ik houd van The Terminator, maar heb ik een poster van Schwarzenegger boven mijn bed hangen?

En toch… Iedere keer gaan er twijfels aan vooraf. Ook gisteren. Gisteren zelfs extra, want ik zat pas nog bij Pauw met mijn roman, en dat ging geloof ik best goed. Dus vroeg ik een vriendin om raad. ‘Ik zou het niet doen,’ zei ze. ‘Want wat heb jij eraan?’ Ik dacht daar heel even over na en zei toen zachtjes: ‘Naamsbekendheid?’ En dat was al genoeg om me van de aandrang te doen genezen; het naar buiten komen buitelen van dat woord. 

Maar na zo’n nee is er ook spijt. Dan ween ik een beetje om de persoon die ik niet zal worden. Een graag geziene gast aan de tv-tafels. Meepraten over van alles en nog wat. Met mijn armen over elkaar gevouwen heel ernstig kijken en mijn zinnen beginnen met ‘Nou, het zit natuurlijk zo…’ Of juist lekker ongedwongen grappig zijn. Een echte BN’er. Baden in aandacht.

Ergens ben ik benieuwd naar hoe het die persoon zou vergaan.

Ik probeer hier dagelijks een stukje te plaatsen. Ze zijn gratis. Mocht je me toch willen steunen koop dan vooral mijn nieuwe roman, Bidden en vallen. Ook vind ik het cool als je dit stukje deelt op social media. (Klik HIER voor de volledige link.)