Audun Rikardsen

Zaterdag stond er in de Volkskrant een prachtige foto, genomen aan de kust van het Noorse plaatsje Skulsfjord. Zie hierboven (klik op de foto om hem groot te zien). Een bultrug is verstrikt geraakt in een internetkabel. De mannen op het bootje proberen hem los te krijgen. Ze gaven hem de naam Hacker, omdat hij het hele internet in Skulsfjord platlegde.

Het is nacht. De lucht lijkt bezaaid met sterren, maar het zijn sneeuwvlokken. ‘Hij keek me aan,’ aldus de fotograaf. En zaterdag keek hij mij aan. En nu jou. Of jou ook al zaterdag, dat kan natuurlijk ook. Of gisteren, als je die krant gisteren las.

Hoe dan ook. Ik heb lang naar hem gestaard. En hij naar mij. Eerst zag ik paniek in zijn ogen. Onbegrip, verwarring. Zijn primordiale geest en lichaam waren in contact gekomen en gevangen genomen door een modern fenomeen dat hij niet begreep. Een lange gele slang had hem te grazen genomen. In het artikel las ik toen: ‘De bultrug was aanvankelijk bevreesd voor de mannen, maar leek na verloop van tijd door te krijgen dat ze er waren om hem te helpen, waarop hij besloot dicht bij het bootje van de kustwacht te blijven.’ Nu zag ik in zijn ogen plots berusting.

Het ontroerde me, deze samenkomst van beest en mens. Samen eenzaam in de koude nacht. De goede bedoelingen van de mannen en het vertrouwen van de walvis. Het leek me het summum van goed, van juist. Wederzijds begrip, ondanks de werelden van verschil; bijna een overlapping van verschillende dimensies. Een ontmoeting, en vervolgens, natuurlijk, het afscheid. De bultrug terug de diepte van de zee en zijn oeroude bewustzijn in, en de mannen terug aan land, terug naar hun huizen en elektronica en haast en politiek. Maar nooit zouden ze het vergeten – de walvis niet en de mannen niet: die nacht samen aan de kust van Skolsfjord, toen het sneeuwde en ze elkaar aankeken.

Maar ik blééf kijken. En zag nu ook mezelf terugkijken. Zijn oog was mijn oog. Het oog van de mens, van alle levende wezens, van alle bewustzijn. Het oog der ogen. Het oog dat waarneemt vanuit het vroegste begin. The Ancient Eye. The Eye of All. Het oog dat zichzelf ziet. Het universum dat zich gewaar wordt van zichzelf, zichzelf ziet, zichzelf plots herkent. 

Ik was erbij, in feite. Ik was erbij toen ze die bultrug bevrijdden. Ik proefde het zoute water op mijn lippen. Ik voelde de kou. Ik heb die walvis ontmoet. Ik ken hem.


Misschien was de bultrug een vrouw en had ik ‘hem’ dus ‘haar’ moeten noemen. In dat geval mijn excuses. Ook mijn excuses voor een fout in het stukje hiervoor, over snoep. Iemand wees me erop dat kinderen geen diabetes krijgen van te veel suiker eten. Ik riep dus maar wat. Zo gaat dat dus. Zo komen leugens de wereld in. Door de fucking media. Dood aan de media! Je abonneren op deze stukjes? Klik hier.