Laatst vertelde ik een meisje dat ik wel eens dates heb dankzij Tinder. Ze zei toen: ‘Tinder, Henk? Serieus?’

Ik had de neiging om me te verdedigen. En misschien ging aan die neiging een kleine golf van schaamte vooraf. Ik zei iets als: ‘Ja, maar heus niet alléén van Tinder hoor!’

Ik zet Tinder erop, haal het er weer af, zet het er weer op. En die toon, zoals van het meisje hierboven, bespeur ik wel vaker. Als mensen Tinder niet gebruiken dan zeggen ze dat altijd met enig dédain. Alsof ze willen zeggen: Zo laag ga ik niet zinken. Alsof het alleen is voor de wanhopigen onder ons. Maar ook zeggen ze het soms zo fel dat ik vermoed dat er een zekere angst achter schuil gaat. Ze willen niet aan Tinder denken, willen het niet overwegen, willen er niets van horen, omdat die app voor hen – ten onrechte, denk ik – voelt als een zwaard van Damocles: de dag dat ze een Tinder-account aanmaken is de dag dat ze toegeven dat niemand ze meer wil, dat hun kans is verkeken en dat ze zichzelf als een rauwe biefstuk in de vitrine van de slager moeten gooien, alwaar een dikke, rood-aangelopen kerel met kwijl op zijn kin naar hen wijst en zegt: ‘Doet u mij die maar, slagertje.’

En die angst, die afkeer, projecteren ze dan op anderen. Tinder? Serieus? Ben je zó laag gezonken?

Gek genoeg ervoer ik dit principe laatst van de andere kant. Ik zat wat te swipen en zag ineens een jonge intellectuele vrouw voorbij komen, een redelijk bekende schrijver en essayist. Ik betrapte mezelf erop dat ik haar ineens iets minder hoog had zitten dan daarvoor. Dat ik zelfs een soort medelijden voelde. Grote onzin, natuurlijk. Misschien heeft het ermee te maken dat negentig procent van de vrouwen op Tinder vrouwen zijn met foto’s van de Color Run, hun huisdier, een leuke vakantie, een kek feestje en een paar prettig gestoorde vriendinnen. Als je dan zo’n dame als die essayiste ertussen ziet staan is het toch een beetje alsof ze zich onder het plebs heeft geschaard.

Ik realiseerde me dat ook dát voor mensen en reden kan zijn om niet aan Tinder te beginnen: de angst om te zakken in de achting van de ander. Of misschien meer nog: in de achting van jezelf.


Afgelopen nacht was ik voor de tweede keer te gast bij De Nachtzoen. Dat is HIER terug te kijken (duurt vijf minuutjes). Ik verstuur deze stukjes ook als nieuwsbrief; klik HIER. Mijn roman heet Bidden en vallen