Op alle televisies in de sportschool van Basic Fit is hetzelfde programma over tornado’s. Een programma van Discovery Channel. Niemand kijkt ernaar, behalve ik. Niet de hele tijd, maar tijdens het trainen kijk ik steeds even om.

Ik kijk ook naar vrouwen en mannen. Sommige vrouwen hebben strakke broeken aan. Ik kijk naar hun billen, vooral als ze op zo’n apparaat staan waarbij hun billen om beurten omhoog en dan weer naar beneden gaan. Als de mannen grote armen hebben dan kijk ik naar hoeveel groter precies ze dan de mijne zijn. Of als ze een heftige oefening doen die ik niet ken dan denk ik: misschien moet ik die oefening ook doen, misschien is dat wat er nodig is.

De tornado’s komen in allerlei soorten en maten. Je hebt van die heel dunne slurven, zoals dat staart-kolkje waar je als kind op wachtte als je bad bijna leeg was. Ook heb je de dikke, zwarte. Een kolom. De hele lucht verduistert, er is hagel en bliksem. Auto’s en huizen verdwijnen erin. Complete elektriciteitsmasten, vonkend en al.

Langs de gehele lengte van de Basic Fit is een raam. Niemand kijkt naar buiten; iedereen kijkt naar de apparaten of in de spiegel of naar mannen of naar vrouwen. Maar ik wel. En mijn vermoeden, nee, mijn voorgevoel, wordt bevestigd. De lucht kleurt zwart. Er pakt iets boven ons samen. Het zat er al tijden aan te komen, dat voelde ik al, maar nu is het zover.

Ik draai me om, naar de mensen toe. De televisies zijn al uitgegaan. Een paar van de TL-lampen zijn aan het knipperen. Maar iedereen sport verder. Er gaan heerlijke billen en borsten op en neer. Biceps puilen uit. Ik kijk opnieuw naar de lucht. Een zwarte cilinder heeft zich gevormd.

Ik kijk nog snel een keer naar het mooiste paar billen wanneer het begint. De lichten gaan uit, het dak scheurt los, het glas versplintert. Gespierde mannen worden omhoog gezogen. Halters komen omhoog als donsveertjes. Een grote kerel met een glimmend trainingspak krijgt een halterstang op zijn nek, hij kijkt alsof hij het niet begrijpt. Eén vrouw blijft met haar kleren achter een apparaat hangen en schiet naakt de lucht in. Ze vangt mijn blik. Ze schaamt zich, ondanks de angst. Ook ik vlieg nu ergens. We gaan in rondjes. Maar ik ben niet bang. Ik denk alleen maar: zie je nou wel.

Ik verstuur deze stukjes ook per mail. Je kunt ze delen met de knoppen hieronder. Bidden en vallen, zo heet mijn roman.