Het is druk in de trein terug naar Eindhoven. Ik heb iemand naast me zitten, twee mensen tegenover me, en aan de andere kant van het gangpad zitten er ook weer vier. Dus ik heb zicht op zeven mensen.

Ik heb een boek in mijn rugzak, ben van plan dat er zo bij te pakken. De zeven anderen kijken allemaal op hun telefoon. Als ik wat verder in het gangpad kijk zitten er nog meer mensen met hun telefoon. Hoofden voorover, bewegingsloos. Het is een stiltecoupé; geen geluid behalve dat van de wielen op de rails. Achter het raam trekt het landschap voorbij; levendig groen en spiegelend water, zo ver je kunt kijken.

Ik kijk nog eens, zoek naar iemand zonder telefoon. En zie: één meisje heeft een boek! Maar op de opengeslagen pagina’s ligt haar telefoon. Ze kijkt naar het scherm. Het boek doet slechts dienst als ondergrond.

De jongeman naast me, een grote kerel met een staart en een sik en een bril en een paar puistjes, heeft een laptop opengeklapt voor zich op het tafeltje staan. Twee vensters geopend op het beeldscherm, eentje met een forum voor computerprogrammeurs en eentje met een live concert: Celtic Woman – Emerald. Een blonde violiste in een glanzende jurk rent als een debiel over een spectaculair uitgelicht podium. Folkloristische kitsch uit Ierland. Het publiek zit op stoeltjes gezapig mee te klappen, zoals bij André Rieu.

Maar de man kijkt niet naar het concert. Hij kijkt op zijn telefoon. Die Keltische vrouw staat zich daar voor niets uit te sloven.

Ik ben de enige die rondkijkt, de enige wiens hoofd niet voorover hangt. Ik voel me als een levende in een dodenrijk. Alsof ik mijn hand, als ik nu opsta en die mensen probeer aan te raken, dwars door hen heen kan steken.

Dan krijg ik een berichtje binnen. Ik kijk ernaar. Ik beantwoord. Ik zie dat ik ook nog meldingen heb op Twitter. Flink wat verkeer op Facebook, ook. Mijn boek zit nog in mijn rugzak. Mijn hoofd hangt voorover. Mijn huid kleurt grauw, mijn ogen grijs. 

God help us all…


In ander nieuws: ik deed een groot interview met cabaretier en aanstormend talent Patrick Laureij. Het was een zware bevalling, maar het is geschreven en de foto’s zijn gemaakt en ik denk dat het bijzonder wordt. Waarschijnlijk staat het zaterdag 14 mei in Volkskrant Magazine. Deel mijn stukjes gerust. Ik verstuur ze ook als nieuwsbrief. Mijn roman heet Bidden en vallen.