Mijn oudste zoon vertelde over een jongetje dat hij kent. Hij was er op bezoek. Ze hadden er Lego. Heel dure, zeldzame Lego. De vader had het gekocht. ‘Zijn vader wordt super kwaad als er iets van kwijtraakt,’ zei m’n zoon. ‘Er waren dingen die ik niet eens mocht aanraken.’ De vader had ook meerdere dure horloges. De horloges die hij niet draagt bewaart hij in de oorspronkelijke doosjes in een kluis.

We zaten aan de avondmaaltijd. Ik zei: ‘Tja, je hebt twee soorten mannen. Mannen die dat soort dingen heel serieus nemen, en mannen die dat niet doen.’ Ik zei: ‘Je hebt ook mensen, die kopen een heel dure bank, en daar mag je dan nooit op morsen, dus zit je altijd ongemakkelijk op een heel dure bank, terwijl je juist zou denken: op een dure bank zit je lekker gemakkelijk.’

Hij dacht er even over na, althans dat dacht ik, en toen zei hij: ‘Die Lego is echt vet. En het glas van die horloges is bijna net zo sterk als diamant.’

Daarna vertelde hij over een ander jongetje, uit de buurt. ‘Hij gelooft in geesten. Hij zegt dat als je geen geest hebt dat je dan een soort debiele zombie bent die niks kan.’

‘Bedoelt hij een ziel?’

‘Ja, een ziel. Hij gelooft ook in vliegende schotels. En in aliens.’

‘Logisch, als je in vliegende schotels gelooft moet je ook in aliens geloven. Wie bestuurt anders de vliegende schotel.’

‘Ook gelooft hij in de hemel.’

‘Die jongen gelooft in nogal wat dingen. Tja, er zijn twee soorten mensen.’

Mijn zoon knikt. ‘Hij heeft wel een hoverboard.’

Later, als we tv kijken en er komt een reclame voorbij waarin je een vader heel enthousiast ziet spelen met zijn zoontje, stoeien en vechten met houten zwaarden, zegt mijn zoon: ‘Kijk, dat is tenminste een leuke vader. Die doet allemaal leuke dingen met z’n kinderen. Jij zit hier altijd maar een beetje te zitten en te lezen of te werken.’

‘Je hebt twee soorten mannen,’ wil ik bijna zeggen. Maar ik zeg: ‘Die mannen bestaan alleen in reclames.’


Mijn laatste boek heet Wij zeggen hier niet halfbroer. Deze stukjes automatisch per mail ontvangen? Klik hier.