Zondagochtend reed ik naar huis na een nachtelijke ayahuasca-sessie. De sessie was zwaar en onbehaaglijk verlopen. Onbevredigend. Ik kwam er niet in, stoorde me aan de geluiden van anderen, werd steeds kwader en gefrustreerder. Zelfs het kotsen deed ik woedend. Toen ik tegen het einde op mijn buik lag zag ik mijn jongste zoon sterven. Ik schrok, omdat ik dacht dat het een voorspellend visioen was. Maar toen ik mijn aandacht verplaatste naar mijn oudste zoon stierf ook hij. En toen naar mijn ex, ook zij stierf. Mijn moeder, mijn vader, mijn broers, mijn vrienden. Iedereen die ik voor de geest haalde stierf; het beeld van ieder van hen vervaagde en verdween. Toen ik nog dacht dat het alleen om mijn jongste ging raakte ik in paniek, maar toen ik vervolgens iederéén zag sterven kwam er een soort weemoedige maar heilzame berusting over me heen. Als laatste keerde ik de blik naar binnen toe, naar mezelf, en – je ziet hem al aankomen – poef, ook ik vervaagde en loste op. Toen ik er tijdens het ontbijt aan terugdacht deed het me denken aan de allerlaatste scène van Six Feet Under.

Ik reed naar huis met het gevoel van die sessie nog in me. In het dashboardkastje, helemaal achterin, plakkerig en stoffig, vond ik het album IV, van Danzig. Die cd heeft in de auto gelegen sinds de laatste keer dat ik hem draaide, een jaar of drie geleden. Mijn pa zat naast me, mijn gezin achterin. Ik vertelde hem over de rol van het occulte in rockmuziek als deze. Over satanisme en black metal. Over de oude vriend van me, en zijn occulte seventies-rockband: The Devil’s Blood. Toen we na dat ritje uitstapten bleef mijn ex – toen mijn vrouw – geschrokken stilstaan na een blik op haar telefoon. Ze liet me een berichtje lezen: diezelfde vriend had zelfmoord gepleegd.

Nu, in m’n eentje in de auto terug naar huis, zette ik het volume vol open zong ik alles luidkeels (en vals) mee. Until you caaaaaaall on the dark! Until you caaaaaall on the dark! Mijn brein sloeg aan het peinzen, nog onder de invloed van ‘het medicijn’. Is dat wat ik die nacht had gedaan? Had ik de duisternis aangeroepen? Misschien, maar daarmee had ik alleen maar het leven bevestigd, hoopte ik. Want wat moet je met een leven zonder de contouren van de dood? Memento mori en carpe diem zijn niet elkaars tegengestelde; het zijn twee zijden van dezelfde medaille.

Gedachten zonder conclusie. Drijfzand. Je kunt blijven peinzen of je kunt gewoon hard meezingen. Dus dat deed ik. De zon scheen fel, de vrieskou klampte zich vast aan een opwarmend wegdek. Ik racete terug naar huis. Voor het eerst was Oscar een nacht alleen geweest. Ik dacht aan de vette wasmotlarf die ik hem ging voeren. 


Vandaag voltooi ik de aller-, aller-, állerlaatste versie van Wij zeggen hier niet halfbroer, dat op 14 maart verschijnt. Klik hier als je je op deze stukjes wilt abonneren. Als je ze digitaal wilt delen met anderen vind ik dat heel fijn.