Ik ben een vervellende slang. Dat heb ik nu door. Ik heb overal jeuk, mijn huid zit me niet lekker. Ik beweeg niet vrij, niet soepel. Ik zie slecht, troebel, wazig. Ik wring me in allerlei bochten om me van die huid te ontdoen. Onrustig, geïrriteerd. Ik zoek scherpe randjes op en schuur mijn flanken ertegenaan. ’s Nachts heb ik vaak nachtmerries, waarbij ik het benauwd heb en het gevoel heb te stikken. Dan komt natuurlijk omdat ik die strakke koker van huid om me heen heb; de huid die mijn huid is maar toch ook eigenlijk al niet meer. Ik kom los van mezelf maar zit nog stevig om mezelf heen, als een krappe gevangenis. Nee wacht, dat neem ik terug. De slangenhuid ís al een metafoor; om daar dan ook nog een gevangenismetafoor aan toe te voegen is onnodig en lelijk.

Onder de eeltige, droge, loskomende huid glanst mijn nieuwe lichaam. Ik zal weer vrij kunnen bewegen. Ik zal nieuw zijn. Verlost. Nog steeds sterfelijk, zeker. Nog steeds honger, nog steeds strijd, zeker. Maar toch: een metamorfose is aanstaande, dat voel ik, dat kan haast niet anders. 

Als kind van dertien, veertien, had ik slangen in een terrarium. Ik weet nog hoe gefrustreerd ze hun kop tegen een houtstronk schuurden, eindeloos. Hoe fel de kleuren waren vlak na vervellen. Hoe heerlijk opgerold en stralend ze er daarna bij lagen.

Het waren korenslangen. Elaphe guttata guttata. Ik voerde ze ontdooide babymuizen. Ook had ik een grasslang, een dun en fragiel groen slangetje, één van de zeer weinige slangen die insecten eten. Als die ging vervellen ging hij opgerold in zijn bakje met water liggen. Alleen zijn neusgaatjes kwamen dan nog boven het water uit. Dat slangetje heb ik na een paar maanden zachtjes huilend begraven in de achtertuin. Hij bewoog niet meer, hing bungelend over mijn vingers op weg naar buiten. Mijn stiefvader liet zijn krant zakken en vroeg: ‘Wat is dat?’ Ik antwoordde: ‘Mijn slang.’ Waarop hij knikte en verder las.

Maar dat is een ander verhaal. Nu ga ik weer verder met schuren en wurmen.


Je abonneren op deze stukjes kan hier. Mijn roman heet Bidden en vallen.