Regelmatig ga ik wandelen. Ik begin hier in Zuid-Eindhoven en loop door bos en heide naar Waalre. Ook ga ik soms met mijn zoontjes, maar dan niet zo ver; we lopen tot waar we de Schotse Hooglanders kunnen tegenkomen – die we eigenlijk nooit tegenkomen – en mijn jongens gaan alleen mee met een beloning in het verschiet.

Tijdens het wandelen zie ik vaak afval liggen. Plastic verpakkingen. Als ik eraan voorbijloop – ik heb het daar tenslotte niet neergelegd – is het alsof iemand een dartpijltje in me heeft gegooid. Dat dartpijltje zit de rest van de wandeling in me vast. Bij een volgend stuk zwerfplastic word ik geraakt door een tweede pijltje, en zo verder.

Met een lijf vol dartpijltjes is het niet fijn wandelen. Vaak raap ik het afval dus op. Steeds vaker. Laatst, met mijn jongens, maakte ik er een wedstrijd van: wie het meeste afval kon vinden. ‘Gelukkig’ had iemand een complete magnetronmaaltijdverpakking weggegooid, dus daar kon het allemaal in: de bierdopjes, de flarden cellofaan, de aanstekers, de frisdrankblikjes. 

Als ik in m’n eentje wandel loop ik met plastic in beide handen en broekzakken. In Waalre gooi ik het dan in een vuilnisbak. Maar ik zie alleen wat ik tegenkom. Een fractie van het geheel. Jaar na jaar krijgt het bos kilo’s plastic te vreten. 

Ik ben geen heilige. Mijn ecologische voetafdruk is enorm. Ik rij auto, zit vaak in bad, laat hoog-wattage lampen branden in het terrarium van Oscar, eet een paar keer per week vlees, etc.   

Toch – ik kan er niks aan doen; noem me hypocriet – maakt afval in het bos me woedend. Omdat ik het niet begrijp: dat je het bos opzoekt, dat je blijkbaar behoefte hebt aan die rust, aan de natuur, het groen, het meditatieve gekwetter van de vogels – dus dat je er in zekere zin toch waarde aan hecht – en dat je dan vervolgens je lege blikje in de heide slingert.

Omdat ik het niet begrijp maakt het me woedend. Zo gaat dat. De ander is pas écht slecht als jíj je niet kunt voorstellen dat je ooit hetzelfde zou doen.

Gisteren vond ik zeven waxinelichtjes. Van die aluminium kuipjes. Iemand had daar dus ’s nachts gezeten, in de stilte, in de ruimte, in het magische duister van een zacht ademend bos, gedragen door de handpalm van de heide, en had de waxinelichtjes toen laten liggen.

Het gaat ons niet lukken. Dat hele klimaatgebeuren. De natuur. Dit alles. We gaan het niet redden. Waarom niet? Omdat waxinelichtjes in het bos.


Wil je ook bijdragen aan de schoonmaak van het bos in Eindhoven? Koop dan mijn boek Wij zeggen hier niet halfbroer. Van ieder verkocht boek gaat ongeveer één euro aan royalties naar mij en dus automatisch naar de VSPVBS (Van Straten Plastic Vrij Bos Stichting). Je abonneren op deze stukjes? Klik hier.