In ieder van ons gaapt een ravijn. Ik schrijf dit naar aanleiding van het stukje van gisteren, over de steunbetuigingen die ik soms krijg maar waar ik niet altijd op zit te wachten, en die bovendien eerder betrekking lijken te hebben op de perceptie van de lezer dan op mijn leven.

Sommige van de reacties die ik krijg zijn gedrenkt in nieuwe inzichten van de lezer. Hij of zij heeft een donkere periode meegemaakt, of had het altijd al moeilijk met zichzelf en de wereld, maar heeft nu het licht gezien. Niet zelden zijn hier zelfhulpboeken of cursussen aan voorafgegaan.

Ze hebben een kracht ontdekt. Ze weten nu hoe te leven. Ik noem het zelfhulpboekeneuforie. En ineens zien ze anderen nog steeds vervallen in het lijden en zelfmedelijden dat ze zo goed kennen. Hier steekt de missionaris de kop op; die anderen moeten worden gered, onderricht.

Toch is het overtuigen van die ander veelal nog steeds het overtuigen van henzelf. De nieuwe levensinstelling moet steeds weer nieuw leven in worden ingeblazen, moet steeds worden gevoed, omdat anders dat ravijn weer bloot komt te liggen. De boodschap moet herhaaldelijk worden uitgesproken, feitelijk dus naar henzelf. Het lijden van de ander is een spiegel voor het lijden dat nog altijd in henzelf aanwezig is. Daarom valt het hen ook direct op.

Een terugval in somberte, lijden en leegte staat ineens gelijk aan falen. Moet worden gerepareerd. Moet worden bevochten door de nieuwe ik. Gek genoeg wordt bij dit opgewekte spiritualisme ook vaak pseudo-boeddhisme betrokken, omdat er sprake lijkt te zijn van een soort ‘verlichting’. Doch, de Boeddha was de eerste om op het gevaar hiervan te wijzen. Er ís niets te repareren. Onze pijnlijke gevoelens moeten evenzeer worden omarmd als de fijne. Zodra je je leven opdeelt in hoe het zou moeten zijn en hoe het niet zou moeten zijn, bekrachtig je juist het lijden waaraan je probeert te ontsnappen.

De nieuwe kracht is een kwetsbare kracht. Eronder zit nog altijd de angst, de verwarring, de onmacht, onze naderende dood. Een verslaving aan zelfhulpboeken is het gevolg; ze dienen als bouwstenen voor een veilige hut, maar die hut staat aldoor in de wind en er verschijnen steeds weer nieuwe gaten in de muur.

Ik schrijf dit zonder enig cynisme of enige spot; we proberen er allemaal iets van te maken.

Peter Matthiessen, in The Snow Leopard, is gedurende zijn reis door Nepal voortdurend op de uitkijk naar de uiterst zeldzame sneeuwluipaard. Bij thuiskomst wordt hem gevraagd of hij het dier inderdaad gezien heeft. ‘No!’ antwoordt hij. ‘Isn’t that wonderful?’

Ik had jullie voor vandaag een stukje over tv-opnames beloofd. Morgen, oké? Klik hier als je de stukjes per mailt wilt ontvangen. Zoek in de boekenwinkel naar Bidden en vallen.