Een dag of wat geleden fietste ik naar het station. Ik zette de fiets op slot en liep naar de ingang. Dacht aan m’n werk, m’n boek, liefde, dingen. Er is altijd genoeg om me zorgen over te maken. Alles is zorgwekkend. Ik bedoel daarmee te zeggen dat alle dingen zorg kunnen wekken. Zelfs de mooiste en fijnste dingen wekken zorgen. Liefde wekt zorgen, kinderen wekken zorgen, werk wekt zorgen. Alles wekt zorgen.

Misschien was het daarom dat de zon besloot me tegen te houden. Vlak voor de ingang tikte ze me op de schouder. Nee, ze gréép me bij mijn schouders. Ze draaide me om, draaide mijn voorzijde naar haar toe, dwong me mijn gezicht naar haar te richten.

Toen de warmte me raakte – het is meer dan warmte, maar hoe het te noemen? – wist ik heus wel wat ze probeerde te zeggen. Stop, laat los, geniet, ontspan, sta eens stil, etc. Ik was me bewust van haar ingang. Het portaal. Misschien een soort glijbaan. De belofte van versmelting. De utopie. Ik begreep dat allemaal best. En ik probeerde het ook. Opgenomen te worden. Ik sloot mijn ogen en ik stond daar zo. Ik wilde. Ik was bereid.

Rumoer zonder beeld. Het geluid van stemmen, van taxi’s, een autodeur die dichtslaat, een vogel, een ringtone. Allemaal zorgwekkend. Misschien in verschillende gradaties, maar allemaal zorgwekkend. De kiem van zorg in alles.

Altijd als mijn zoons me vragen mijn ogen te sluiten doe ik dat met enige vrees. De vrees is dan dat mijn tanden met een grote kei uit mijn mond geslagen zullen worden. Ik krijg dat beeld niet weg.

Daar op de stoep voor het station kon iemand op me afstappen en een mes in mijn buik steken. Ik voelde hoe het zou zijn. Hoe vaag dat gevoel ook was, het hield me tegen; de glijbaan was buiten bereik. Ik voelde de man aldoor naderen, voelde spieren aanspannen die het neersteken moesten voorkomen.

De zon deed niets anders dan ze al deed. Ze deed niet nog meer haar best. De belofte was groot genoeg. De glijbaan was daar, de rest was aan mij.

Ik begreep ineens dat ik, als ik echt van de zon wil kunnen genieten, ik er vrede mee zou moeten hebben als ik word neergestoken. Dus niet het accepteren van de angst, maar het accepteren van het daadwerkelijk neergestoken worden. Dat is de overgave die de zon van mij verlangt. Pas dan zullen ook alle andere dingen geen zorgen meer wekken. Niets zal nog zorgwekkend zijn.


Fan van deze stukjes? Abonneer je er dan HIER op. En koop ook vooral mijn nieuwe boek: Wij zeggen hier niet halfbroer.