Ik ben op Schiphol. Ik moet hier helemaal niet zijn maar ik stapte in de verkeerde trein. Nu moet ik een halfuur wachten voor ik weer verder kan. Elf uur ’s ochtends. Ik heb vannacht amper geslapen en ook niet in m’n eigen bed. Nee, ook niet in dat van een vrouw. Ik hoor je heus wel denken.

Mijn hoofd zit anders in elkaar vandaag. Ik weet het niet precies. Als ik een broodje haring ga kopen passeer ik het digitale bord met departures. Ik blijf ernaar staan kijken. Wonderlijk, al die bestemmingen. Abu Dhabi, Norwich, Curaçao, Oslo, Montreal, London, Kaapstad, Istanbul. Ineens geloof ik niet dat al die plaatsen tegelijk bestaan, op hetzelfde moment, in dezelfde werkelijkheid. Het lijkt onmogelijk. Het scherm met bestemmingen is een bord met knoppen. Druk op een knop en de werkelijkheid verandert in die wereld. Klik: Curaçao, en de werkelijkheid is stranden, Willemstad, Caribische muziek, muggen, lome hitte. Klik: Istanbul, de werkelijkheid is de oproep tot het gebed schallend over de nauwe straatjes van de stad, de duizenden kleine kraampjes, mannen met rijdende winkeltjes, de geur van kruiden en uitlaatgassen. Die werkelijkheden raken elkaar niet. Ze kunnen nooit overlappen.

In de juiste trein, eindelijk, na het broodje haring en het verbaasd staren naar het bord met departures, kan ik door de opening tussen de twee stoelen voor me precies een man zien zitten. Jaartje of vijfenvijftig. Kalend. Gemillimeterd haar, gemillimeterde baard. Grijs. Een colbertje, niet sjiek maar ook zeker niet slodderig. Hij draagt zichzelf met een prachtig soort bestaansrecht, zij het doorspekt met enige nostalgie, of melancholie, maar hoe kan het ook anders als je een beetje wijs bent en een groot hart hebt en er vijfenvijftig jaar leven op hebt zitten? Hij is wijs en heeft een groot hart, dat kan ik zien. Ik vind hem schitterend. Zijn serene puurheid. Na een tijdje krijgt hij in de gaten dat ik naar hem zit te staren. Zijn houding verandert, wordt iets verkrampter. Als hij me aankijkt probeer ik te glimlachen op een manier die mijn emotie verwoordt, maar ik vrees dat het er alleen maar akelig uitziet, alsof ik hem ieder moment kan versieren, of hem met een balpen in zijn ogen zal steken. 

Ik zei al, mijn hoofd zit anders elkaar vandaag. Ik kan nog meer voorbeelden aanhalen maar het stukje is zo al lang en rommelig genoeg. En daarbij moet ik aan mijn boek werken.


Afgelopen zaterdag in Volkskrant Magazine liftte ik mee met acteur Tim Haars. Dat lees je hier. Je op mijn stukjes abonneren doe je hier