Ik wilde het dit keer echt op z’n beloop laten. Gewoon maar zien. Niet steeds dat neurotische, controledrangerige. Als er in de bieb van Amstelveen maar tien mensen zouden zitten, nou, dan was dat maar zo. Het zei niets over mij, of over mijn boeken, of over het leven, of over de zin daarvan.

Een paar minuten nadat ik had besloten dat ik het op z’n beloop zou laten stuurde ik de bieb een berichtje: ‘En? Al aanmeldingen?’ Het antwoord: ‘Dag Henk. Het druppelt door. Nu vijftien.’ Ik dacht aan Tim Hofman, de tv-presentator die een dichtbundel schreef en voor wie de rijen tot ver buiten de boekhandels stonden. Terwijl ik toch echt knapper ben, en grappiger, en slimmer, en een hagedis heb die Oscar heet.

In de trein klampte ik me vast aan de woorden van de bieb: ‘Het druppelt door.’ Dus: vijftien, drup, zestien, drup, zeventien, drup, achttien, drup

Op het Stadsplein voegde ik me bij Elke Geurts, met wie ik af en toe een duo vorm omdat we in onze laatste boeken allebei over onze scheiding schreven. In de bieb werden we ontvangen door Harald, een tengere man met halflang haar die ons mee naar boven nam, waar stoeltjes stonden en enkele mensen al klaarzaten. Ik vroeg: ‘Hoeveel aanmeldingen inmiddels?’ Waarop Harald antwoordde: ‘Vijftien.’

Even voor aanvang ging ik plassen. Ik staarde naar mijn straal, die belletjes op het water maakte, en dacht zoals vaker aan de vissen, ergens, in een rivier, of een sloot, of de zee, die door mijn plas helemaal in de war zouden raken. Wikipedia: ‘Zweedse onderzoekers hebben ontdekt dat sporen van Oxazepam via menselijke urine in waterlopen terechtkomen. De blootgestelde vissen worden minder sociaal en stoutmoediger. Baarzen verlaten hun schuilplaatsen veel eerder, terwijl hun niet-blootgestelde soortgenoten zich verborgen hielden. De oxazepam-vissen bleken ook sneller te eten.’ Ik mompelde: ‘Oxazepam-vissen.’ 

Elke en ik droegen om beurten voor uit onze respectievelijke boeken. Sombere maar hopelijk toch ook wel mooie stukjes. Het ging goed, geloof ik. Het mooiste moment was toen Elke een stukje voorlas over een moment in bed met haar ex, nadat hij had gezegd dat hij niet meer van hield en dat het over was. ‘Gaan we nu niet meer samen in een graf?’ vroeg ze. (Ik parafraseer; haar boek heb ik uitgeleend.) Om er daarna dwingender aan toe te voegen: ‘Ik wil met jou in een graf!’ Er klonk gegniffel, en ook ik lachte, en Elke nu zelf ook. Maar zij lachte verbaasd. Het was alsof in die bieb plots de zon doorbrak. Ze keek me aan vanachter de katheder, ongelovig maar vrolijk, en zei: ‘Is dit nu ineens grappig geworden?’

Het was bevrijding, wist ik. Het was vooruitgang. Het was goed.


Doe jezelf een lol en abonneer je op deze stukjes, gratis dan wel betaald. Het kan hier