Ik typte mijn naam weer eens in op Google. Je krijgt dan meteen een lijstje met zoeksuggesties; je zoekterm wordt aangevuld met een aantal mogelijke zoekopdrachten. Dat zijn de zoekopdrachten die anderen al eens hebben ingevuld. Stel je typt ‘nieuwe stofzuiger’, dan wordt die term waarschijnlijk aangevuld met suggesties als ‘kopen’ en ‘ruilen’.

Enfin, je snapt het.

Dus ik typte ‘Henk van Straten’ in, waarop meteen de suggesties verschenen: ‘vriendin’, ‘Linda’, ‘Instagram’, ‘columns’… Ook de naam van mijn ex-vriendin stond erbij, haar voor- en achternaam. Dat was even schrikken; er waren dus mensen die op het internet wilden uitzoeken hoe dat nu precies zat tussen ons. Een vreemde gewaarwording is dat, zoals ook het besef dat iemand een Wikipedia-pagina over je bijhoudt vreemd is. Maar nog vreemder was de eerste suggestie, helemaal bovenaan. ‘Ziek,’ stond er. ‘Henk van Straten ziek.’

Waarom stond dat er? Zie ik er ziek uit? Een beetje pips op foto’s? Of bedoelen ze gek in mijn hoofd, want nu ook al een tatoeage op mijn gezicht?

De reden dat ik mijn naam intypte was, natuurlijk, mijn nieuwe boek. Waanzin. Het verschijnt morgen pas, dus wat zou er in godsnaam nu al over op Google te vinden moeten zijn? Blijkbaar deed dat er niet toe. Dat belooft wat voor wanneer het boek daadwerkelijk is verschenen. Ik ken mezelf, dit is niet mijn eerste keer. Ik zal mezelf gestoord maken. Ik kan niks hebben; alles raakt me in mijn buik. Na de eerste negatieve recensie zal ik misselijk naar vacatures zoeken in een poging het zinkende schip van mijn schrijverschap te verlaten. Ik vertelde daar gisteren nog iemand over, dat ik ooit eens, in zo’n bui van defaitisme, reageerde op een vacature voor copywriter bij Vacansoleil. Teksten schrijven voor vakantiebrochures. (‘Op de veranda van deze pittoreske stacaravan in de groene weelde van de Dordogne kunt u met een glas chardonnay genieten van de zon die achter de wijngaarden zakt.’) Ik dacht: een échte schrijver, daar zullen ze wel heel blij mee zijn, maar ik werd niet eens op gesprek gevraagd. Toen begon ik toch maar weer aan een boek.

Ik zou mezelf niet zo moeten tergen, maar ja, ‘Henk van Straten ziek.’

Vannacht in bed lag ik te woelen, denkend aan dit soort dingen. De naam van mijn ex-vriendin, zo achter de mijne, zij en ik gedwongen om samen in zo’n klinisch wit zoekvenster te staan, wat is dat voor flauwekul? Het is niet juist. Wie moet je bellen om zoiets te laten weghalen? Bij Google denk je allang niet meer aan mensen op wie je een beroep kunt doen; je denkt aan een God, almachtig en onbereikbaar.

Het weekend—het laatste weekend voor het boek—ben ik redelijk goed doorgekomen. Vrijdagavond dronk ik mezelf scheel met vrienden, zaterdag werd ik afgeleid door de kater. Maar goed, die strategie kun je niet steeds opnieuw inzetten, dat is niet goed voor je.

Zometeen rijd ik naar Antwerpen, naar een juwelier waar ik mijn horloge weer eens ga ruilen. Dat heb ik nu al drie keer gedaan en nog steeds heb ik de juiste niet. De hele dag kijk ik koortsig naar nieuwe advertenties van verzamelaars en handelaren. Het horloge dat ik straks krijg in ruil voor deze is óók het eindstation niet, dat weet ik al, en ik weet ook al waar ik naartoe ga om dát horloge te ruilen, en waartegen.

Zolang ik aan horloges denk, denk ik niet aan het boek.

 


Morgen verschijnt Ernest Hemingway is gecanceld. Wil je je gratis abonneren op deze stukjes? Dat kan HIER