Het is nu de derde keer dat ik met mijn hagedis Oscar de lente en zomer inga. Inmiddels kan ik zijn gedrag beter lezen. Hij verschuilt zich de laatste dagen steeds vaker; hij is slomer en soms zelfs lethargisch. De eerste keer dat ik dit meemaakte ging ik met hem naar de dierenarts. Hij kreeg zelfs antibiotica, die ik hem toediende door met een spuit zijn bek open te wrikken. Zijn baard werd pikzwart van de stress (daarom noem je het een baardagaam).

Wat bleek? Hij ging gewoon met winterslaap. Zijn voorouders komen uit Australië en blijkbaar leeft hij naar de Australische klok. Oscar gaat langer met winterslaap dan de meeste van zijn soortgenoten. Sommige doen zelfs helemaal niet aan de winterslaap. Oscar zit vijf tot zes maanden onder een stuk hout. Hij eet en drinkt niks.

Maar tijdens de overgangsperiode, waar we nu inzitten, komt hij af en toe nog naar buiten. Dan ga ik snel sprinkhanen voor hem kopen, waarvan hij er misschien één of twee eet, alvorens zich weer terug te trekken. Dan zit ik met een stuk of acht sprinkhanen opgescheept. Ze zitten in een Curverdoos met een stukje appel. Na een tijdje gaat dat aan me knagen en laat ik ze los in de tuin. Dat voelt goed. En dan komt Oscar weer te tevoorschijn en moet ik opnieuw naar de dierenwinkel. Ik probeer voor iedereen het juiste te doen.

Toen ik hem net had—hij was nog een klein hagedisje—zorgde ik niet voor de sprinkhanen. Ik liet ze in het kleine plastic bakje zitten waarin de dierenwinkel ze verkoopt. Ik gooide ze in het terrarium alsof het niet meer dan voedsel was. Oscar was het dier, de sprinkhanen waren het voedsel. Tot ik tijdens een nacht onder invloed van ayahuasca door een reuzensprinkhaan op het matje werd geroepen. Een grote, schimmige gestalte was het. Hij pinde me vast, met scherpe poten, tot ik inzag dat sprinkhanen even belangrijk als hagedissen waren, en zelfs even belangrijk als ik. Pas toen ik beloofde hen zo te zien, en beter voor hen te zullen zorgen, liet hij me los. Sindsdien heb ik die Curverdoos, en geef ik ze verse appel te eten.

Als de zon schijnt en het is warm, en Oscar verschuilt zich nog niet, haal ik hem soms uit zijn bak en ga ik met hem in de zon zitten. Er gebeurt dan iets met hem. Hij hoort en ziet de bijen die op de blauweregen afkomen. Het zonlicht fonkelt in zijn ogen. Het groen van de planten betovert hem. Ik word er altijd heel verdrietig van, zeker als ik hem daarna weer terug in zijn bak met kunstlicht zet.

Daarom heb ik dat deze lente nog niet gedaan, denk ik. Het is als in dat programma dat ik vaak met mijn oudste zoon kijk: Steenrijk, straatarm, op SBS6. Een heel arm gezin woont een week lang in het huis van een heel rijk gezin en krijgt het bijbehorende weekbudget te besteden. Bijna altijd barsten ze in tranen uit wanneer ze zien hoeveel geld er in het potje zit. Ze huilen als ze eindelijk eens uit eten kunnen. Na die week moeten ze terug naar hun eigen, armoedige huis en schamele weekbudget en schuldsanering. Op het einde van het programma, als hun wordt gevraagd hoe ze het vonden, zeggen ze bijna altijd dat geld niet gelukkig maakt. Ze zeggen dat tegen zichzelf. Ze moeten daarin geloven, anders blijft er niets van hen over. Dat zie je in hun ogen, en dat zie ik in Oscars ogen als ik hem terug in zijn terrarium zet.

 


Leuk als je je op deze stukjes abonneert! Het is gratis