Als er iets over me wordt geschreven krijg ik een Google Alert: een mailtje van Google met daarin de link naar het desbetreffende artikel. Gisterenochtend kwam er eentje binnen. Het betrof een artikel van Het Financieele Dagblad dat ik niet kon lezen omdat je er abonnee voor moest zijn. Wel zag ik de kop: Het verhaal van je scheiding. Ook zag ik hoe ik werd geïntroduceerd, namelijk als ‘de badboy-schrijver Henk van Straten’. De badboy-schrijver zat een tijdje naar die zin te staren, katerig en labiel.

De badboy-schrijver las daarna in de krant over steeds gewelddadigere jeugdcriminaliteit en kon de scenario’s waarin zijn zoons na een nacht op stap in elkaar werden geslagen, werden neergestoken en werden vernederd al zien, en er was niets dat de badboy-schrijver eraan kon doen; de badboy-schrijver stond machteloos.

De badboy-schrijver las daarna iets over de opkomst van extreem rechts in Zweden. Hij vreesde de grote clash der beschavingen, de cultuuroorlog. Hij voorzag het einde van begrip, van compassie. Bloed en verdommenis, angstschreeuwen en handen die elkaar voorgoed los moeten laten. De badboy-schrijver verlangde naar een afgezonderd leven in een huis op het noordelijkste punt van een klein waddeneiland. 

Het was nu middag en zonnig, maar de badboy-schrijver ging liever de straat niet op. De badboy-schrijver kwam liever niet onder de mensen; hij keek hen liever niet aan, bang voor de confrontatie met vreemden, of zelfs vrienden.

Hij stond voor de spiegel. Een goed lichaam, maar voor hoelang nog? Het verval was al ingetreden, de cellen al licht bedorven, de spieren slapper en slapper. Misschien een kankergezwel, ergens daarbinnen, en zo niet dan kwam de zeis van magere Hein wel in een andere vorm. De badboy-schrijver dacht: ik moet naar de sportschool. Hij dacht: ik moet baantjes zwemmen. Hij dacht: ik moet goed eten. Hij dacht: ik heb geen controle, geen controle, geen controle.

Daar stond hij dan, de badboy-schrijver. Wat een badboy, zoals hij daar voor de spiegel stond en naar zichzelf fluisterde: badboy, badboy, what you gonna do, what you gonna do when they come for you?


Je abonneren op deze stukjes? Dat kan hier. Mijn laatste boek heet Berichten uit het tussenhuisje.