Billions of years ago, a single, fluke, self-copying cell learned how to turn a barren ball of poison gas and volcanic slag into this peopled garden. And everything you hope, fear, and love became possible.

Een vrouw probeert in simpele bewoordingen een klas studenten warm te maken voor bomen. Een botanicus die haar boom-beminnende vader verloor en onder de mensen nooit haar draai vond. Als wetenschapper ontdekt ze dat bomen met elkaar communiceren, dat ze elkaar bijvoorbeeld waarschuwen voor insectenplagen. Ze wordt weggehoond en vlucht diep het bos in, waar ze jarenlang eenzaam en alleen werkt als boswachter. Ze slaapt in een vervallen boshut, waar het mos over haar heen lijkt te groeien; langzaam maar zeker neemt het bos haar in zich op, zoals het ook de dode stammen en bladeren in zich opneemt, en daarmee zichzelf.

Patricia Westerford, heet ze, en ze is één van de prachtige personages in The Overstory, de nieuwe roman van Richard Powers. Ieder personage heeft een eigen kort verhaal, en allemaal krijgen ze met bomen te maken. (Een computerprogrammeur noemt bomen the best self-modifying code die hij ooit is tegengekomen.) Na die korte verhalen komen ze samen in hetzelfde verhaal. Er is iets gaande, het bos roept om hulp en de bomen, als oude wijzen, als voorwereldlijke geesten, doen een beroep op de personages. Ik ben halverwege en het is nu al één van de mooiste boeken die ik ooit las.

Als kind klom ik vaak in de grote naaldboom in onze achtertuin. Geen idee welke soort het was. (Dat is juist waar het misgaat: we zien bomen meestal niet. Niet écht.) Hij was zeker tien meter hoog en ik klom zo ver als ik kon, tot de takken echt te dun werden om veilig op te kunnen staan. En dan nog íéts hoger. Als het waaide wiegde de boom heen en weer en was ik kalmer dan ik had moeten zijn. Niemand wist waar ik was; het was een soort transcendent alleenzijn, alsof ik hier, net als die boom, slechts op water en zonlicht kon leven en verder niets meer nodig had. Hoe langer ik daar zat, hoe meer ik me de stam voelde. Daarom schrijf ik ‘alleenzijn’ en niet ‘eenzaamheid’. Een boom is niet eenzaam; een boom verenigt hemel en aarde, is samen met alles.

Patricia Westerford doet als meisje een experiment met haar vader. Ze planten een klein boompje in een bak met aarde. Ze wegen de aarde en ze wegen de boom. Patricia wil weten waar de boom van gemaakt is, en ze vermoedt dat het de aarde is. Als de boom groter is – haar vader is inmiddels overleden – weegt ze alles opnieuw. De boom is tientallen keren zwaarder geworden, maar er is nog precies evenveel aarde. Hoe kwam de boom aan al die moleculen? Waar had hij zichzelf vandaan getoverd?

Je kunt denken dat je die dingen begrijpt, maar je begrijpt ze niet. Er is slechts dat sluimerende gevoel dat je ze ként. 


Een gratis abonnement op deze stukjes: klik hier