Gisteravond appte mijn ex dat er op tv een docu bezig was. Verlaten. Ik keek de docu tegelijk met haar. De geportretteerden, verlaten door hun partner, vertelden over hun verdriet, pijn, verbijstering, woede en de duizelingwekkende diepte waarin het eindeloos vallen was. Het gevoel van verraad: je zou samen het leven trotseren, maar eentje deed ineens niet meer mee. Eén man vertelde heel mooi over een snijdende paradox: heimwee naar de toekomst. Je mist de tijd die je samen hebt doorgebracht, maar ook de tijd die nog komen moest.

Af en toe wisselden we een appje, mijn ex en ik. De verlatene en de verlater. Maar veel waren het er niet; we zaten er allebei te aandachtig naar kijken, opgezadeld met oud zeer dat op een moment als dit nog altijd vers blijkt. Mijn zware hart, beladen met schuldgevoel, zakte af naar mijn maag en overnachtte daar.

Vanochtend, toen ik naar de dierenwinkel reed voor sprinkhanen (voor Oscar, mijn hagedis), voelde ik het nog steeds. In die waas van somberte trad ik de winkel binnen.

En schrok me de tering. Ik werd aangevallen door een gremlin, dacht ik. Het monstertje bevond zich op enkele tientallen centimeters van mijn gezicht. Een verwarrende seconde later begreep ik dat het een hondje betrof: een kortharige chihuahua in de armen van zijn baasje, een jonge moeder met lang blond haar, vergezeld door haar dochtertje. De chihuahua gromde en blafte hysterisch naar me en keek me zowel bang als agressief aan met twee bolle ogen die totaal niet in verhouding stonden tot de biljartbal die zijn schedel was.

‘Ziede nou wel?’ zei de vrouw tegen de grijze eigenaar van de dierenwinkel. ‘Bij hem doetie het ook. Bij sommige mensen issie lief en bij andere moe’k ’m vasthouwe of hij vliegt ze aan.’

Ik glimlachte naar de vrouw en naar de chihuahua, die nog steeds naar me blafte en gromde, en wachtte tot ik aan de beurt was. Het dochtertje keek wantrouwend naar me en zei: ‘Hij doet het bij bijna niemand hoor, mam.’

‘Hij probeert u te beschermen,’ zei de man achter de kassa. ‘Het wordt versterkt doordat u hem vasthoudt.’

‘Maar als ik hem op de vloer zet,’ zei de vrouw. ‘Vrees ik dat hij die man in z’n enkels bijt.’

‘Hou hem maar vast, mam,’ zei het dochtertje bitter.

‘Ja,’ zei ik. ‘Hou hem maar vast.’

Ik werd genegeerd en de vrouw praatte verder met de man achter de kassa. De chihuahua en ik keken elkaar aan. Je moet het eens proberen, communiceerde ik met mijn blik.

Toen ze hadden afgerekend en de winkel hadden verlaten rekende ik mijn bakje met sprinkhanen af. ‘Leuk hondje was dat,’ zei ik. Waarop de man antwoordde: ‘Ach, hij probeert die vrouw alleen maar te beschermen.’

Dat begreep ik wel.


Deze stukjes automatisch per mail of een kleine donatie doen? Klik hier. In maart verschijnt mijn nieuwe boek met memoires: Berichten uit het tussenhuisje.