Toen er werd gehamsterd, en de schappen met wc-papier leeg waren, hing er bij ons in de supermarkt een vreemde sfeer. Argwaan en alertheid. Mensen hielden elkaar in de gaten. Ik merkte het vooral aan mezelf. Ik was me extra bewust van wat ik in mijn mandje plaatste, en hoe dat overkwam. Maar ook kon ik het niet laten om te kijken wat anderen in hun winkelwagen hadden liggen. Die man daar: zes flessen Fanta. Was hij een hamster? Ergens hoopte ik een échte hamster te zien. Nee, niet het knaagdier. Ik bedoel iemand met bijvoorbeeld vijf pakken toiletpapier. Daar verlangde ik naar. Op hem of haar zou ik al mijn hoon en spot kunnen uitstorten. Mijn mening. Mijn gelijk. ‘Gaatie lekker?’ Zo zou ik beginnen, middenin de winkel, luid en duidelijk, zodat iedereen me kon horen. En dan zou ik de klus afmaken, mijn slachtoffer vernederd achterlaten.

Een paar dagen geleden heractiveerde Instagram; in deze periode van quarantaine zoek ik toch weer een beetje contact met de buitenwereld. En ook daar zie ik het gebeuren. Mensen nemen elkaar de maat. Zo zag ik meerdere mensen iets delen over influencers die reclame maken voor handcrème (je krijgt droge handen van al dat wassen) en zo een slaatje uit de crisis slaan. Er gaan mensen dood en jullie, etc. Dat was het sentiment. Begrijp me niet verkeerd: ik háát influencers —ze zijn talentloos, oppervlakkig en materialistisch—maar ik haat ze niet nú ineens. En die kritiek vind ik te makkelijk: je kunt ook bij een vuilnisbak gaan staan en wachten tot iemand een halve krentenbol weggooit, om dan naar diegene te wijzen en te zeggen: ‘In Afrika komen ze om van de honger en jij gooit eten weg?!’

Ook zag ik iets over mensen die buiten gaan voetballen. Dat zij verantwoordelijk zouden zijn voor de doden die nu nog vallen.

Op Twitter ga ik niet eens meer kijken. De sociale controle daar vond ik beangstigend. Dat zal nu werkelijk niet te harden zijn.

Maar ik snap de behoefte. Zie wat ik hiervoor schreef over de supermarkt: de drang die ik voelde om zo’n hamster te shamen. Het voelt goed. Je staat aan de goede kant. Je draagt je steentje bij aan het beheersen van de crisis. Het voelt als engagement, als helpen. Maar het wordt al vrij snel eng en hypocriet.

Ik weet niet joh. Het blijft mensenwerk, een mensenwereld. Gisteren fietste ik naar de dierenwinkel om sprinkhanen te kopen voor Oscar. Toen ik de winkel binnenstapte stond er een oude vrouw bij de kassa. Ik hield afstand, maar toen moest ze nog iets anders pakken en kwam ze mijn kant op. Achterwaarts maneuvreerde ik me door het smalle gangpad, tot ik niet verder kon. ‘Mevrouw,’ zei ik. ‘Ik doe m’n best, maar…’ Ze haalde haar schouders op. ‘Ach,’ zei ze. Had zij thuis moeten blijven? Of ik? 

Onderweg zag ik een man op een scootmobiel met een kleinkind op schoot. Ze reden heerlijk door het zonnetje. Niks aan de hand, concludeerde ik, maar misschien ligt die man nu in het ziekenhuis.

 


Abonneer je op deze stukjes en krijg een gesigneerde pot bruine bonen thuisgestuurd.