Toen de verbouwing pas net was begonnen noemden de bouwvakkers het een lichtstraat. Dat is wat ik zou krijgen in het dak van mijn aanbouw. Een lichtstraat. Ik stelde me daar een langwerpige vorm bij voor. Echt als een straat, dus smal. Alleen maar voor wat extra licht. Toen de aanbouw klaar was zag ik wat het was geworden: een groot raam. Ik was er helemaal van ondersteboven. Ik kon er doorheen kijken, de lucht zien, de wolken voorbij zien drijven, de regendruppels erop te pletter zien slaan. Wat een luxe!

Nu zit ik eronder te werken. Aan een nieuwe grote tafel. Het is mijn favoriete plek. We eten hier ook. En ik lees er de krant. Ik denk steeds tevreden: ik heb een dakraam. Al heet het dus een lichtstraat.

Wel kan ik door dat raam de dakgoot zien. Die is verrot. Het geld in m’n bouwdepot is op; ik had slechts genoeg voor de verbouwing van de benedenverdieping. Nu word ik er steeds mee geconfronteerd. Ik wil die dakgoot niet zien; al die tijd heb ik ‘m kunnen negeren. Dat krijg je met extra licht: je ziet meer…

 


De rest van dit stukje lees je na het afsluiten van een abonnement. Dat kan al vanaf twee euro per maand. Zie HIER