Er zijn grote dingen waarover ik zou kunnen schrijven, maar waar ik óf weerstand tegen voel, óf geen toestemming voor heb.

Zo was er mijn vriend T. die gisteren tegen me zei dat hij me minder gespannen vond dan normaal. Hij noemde me ‘geaard’. Ja, dat is groot, maar het gaat wel weer over medicatie, en therapie, en dat soort dingen, en daar voel ik dus weerstand tegen. Ik wil er niet over uitweiden, bedoel ik.

Het andere grote is dat mijn oudste zoon (13) zaterdagavond aanschoof bij mij en mijn vrienden, hier aan tafel, waar we zaten te pokeren. Hij kocht zich in met twee euro, zette een zonnebril op en had al snel meer fiches dan ik. Hij lachte om onze grappen en luisterde naar de verhalen over vroeger. Hij was één van ons. Ik zag hem die avond een paar jaar ouder worden. Hij ging naar bed om half drie. Maar goed, hij heeft me verboden om over hem te schrijven, dus helaas moet ik het hierbij laten.

Dan maar iets over de Action. Daar was ik net. Ik weet het verder ook niet. Ik kocht voor vijfenzeventig euro aan spullen, waaronder een zwarte globe. Wat normaal blauw is, is bij deze globe zwart. Het voelde toepasselijk. Ook kocht ik twee tangen en een zaag, want in de achtertuin duwt een dikke tak tegen de houten schutting en dat piept enorm. Verder nog schoonmaakspullen en opbergdoosjes, en conditioner en een anti-frizz-spray (voor mijn lange krullen, die niet te droog mogen worden), en eiwitpoeder, en van die bruisballen voor in bad voor mijn jongste zoon. Zoals vaker schrok ik toen ik ging afrekenen; bij de Action is alles goedkoop, waardoor je lukraak alles maar in je kar gooit, en dan blijkt het iedere keer tóch duur te zijn.

In de krant, gisteren, las ik een hele bijlage over complotdenkers en complottheorieën. Het deed me duizelen. Ik voel tegenstrijdige neigingen: ik wil die mensen afdoen als dom en lachwekkend, maar ik denk ook dat je het probleem (tweedeling, radicalisering, etc.) daarmee alleen maar groter maakt, en ook dat het gevaarlijk is, deze desintegratie van een (enigszins) gedeelde waarheid.

Later op de dag dacht ik daaraan terug. Ik was in de sportschool, waar een man en een vrouw over corona stonden te praten. De man wist er enorm veel van en had er ook sterke meningen over (zoals dat gaat). Heel stellig hoorde ik hem zeggen: ‘Je gaat niet dood aan corona, je gaat dood aan de gevólgen van corona.’ Hij vond dat een heel belangrijk onderscheid om te maken. Vervolgens heb ik, geheel tegen mijn zin, veel langer dan nodig over dat zinnetje nagedacht.

 


Lees HIER een mooie recensie over Kwaad bloed in de Volkskrant. En abonneer je HIER gratis op deze stukjes.