Ik zat bij de GSM-dokter te wachten op de reparatie van mijn telefoon. Het scherm was gebarsten. Er kwamen een moeder en dochter binnen. Het meisje had lang blond haar en een strakke spijkerbroek. Nieuwe sneakers. Ze was lang, net als haar moeder, maar die had er ook nog een spits gezicht bij, en kort haar. Het meisje was mooi op een standaard manier. Jaar of zestien, blauwe ogen.

Ze stonden bij elkaar naast de vitrine in de winkel en keken achteloos naar de telefoons en tablets achter het glas terwijl ze druk met elkaar praatten, hun stemmen verhit maar gedempt.

Ook zij stonden te wachten, maar zij op het oordeel van de GSM-dokter over de mogelijke reparatie van een telefoon. Die van het meisje, een iPhone 7. Ze wilde een iPhone 8, zei ze. Haar moeder zei dat ze dat begreep, maar dat als deze telefoon gemaakt kon worden, en de verzekering dat zou vergoeden, ze echt geen nieuwe telefoon gingen kopen.

Het meisje probeerde van alles. De telefoon zou toch weer kapot gaan, zei ze. De verzekering zou het toch niet vergoeden. Het is echt een kut-telefoon. Het was duidelijk dat ze er al van baalde dat haar moeder had besloten om haar huidige telefoon überhaupt te laten repareren. Of misschien was het de vader geweest, die daarop stond, want het was ook haar vader die nu werd gebeld door haar moeder.

De moeder praatte hardop met de vader, wat het meisje super gênant vond, vooral omdat er net twee jonge jongens waren binnengekomen.

‘Luister,’ fluisterde haar moeder. ‘Je vader zegt dat als deze telefoon gemaakt en vergoed kan worden, je gewoon nog even deze houdt.’

Het meisje draaide zich theatraal weg van haar moeder, staarde uit het raam en beet op haar lip. Tranen in haar ogen. Ik keek haar aan en ze ving mijn blik. Ze zag me vermaakt glimlachen. Het huilen lukte daarna niet meer. 

De moeder deed haar best het meisje te pacificeren. Ze zou een knieval hebben gemaakt, zag ik. Als de vader geen voet bij stuk had gehouden had ze het meisje haar zin gegeven.

Op weg naar huis fietste ik langs een reclamebord van Tele2 of T-Mobile of zoiets. In grote letters stond er: ‘IK WIL WEKEN’. Eerst snapte ik het niet. Ik wil weken? Weken waarin? In een warm bad? In azijn? In soda? Urine? Maar toen snapte ik het. Het waren momenteel de ‘ik wil’ weken. Van willen. Van hebben. Van nu. Van ik wil nu hebben wat ik hebben wil. 

Toen dat meisje en ik elkaar aankeken had ik breder moeten grijnzen. Ik had in lachen uit moeten barsten. Ik had hardop een nieuwsbericht over de overstroming in Texas moeten voorlezen. Ik had de gêne die ik bij haar had opgeroepen er harder en dieper in moeten trappen. Zodat het wortel had geschoten. 


Deze stukjes gratis per mail: klik hier. Mijn boeken: Bidden en vallen en Wij zeggen hier niet halfbroer.