Het is gek met Oscar sinds hij uit de winterslaap is gekomen. De winterslaap zelf was ook gek, want dat duurde maar en dat duurde maar terwijl het buiten hartje zomer was en hartstikke warm in huis. Nu het winter wordt komt hij tevoorschijn. In Australië, zijn land van oorsprong, is het natuurlijk winter als het hier zomer is, en vice versa. De start en het einde van zijn winterslaap zaten dus in zijn kop, als een timer.

De eerste dagen na zijn ontwaking ging hij zitten zonnen met gesloten, genotvolle oogjes. Hij richtte zijn kop op naar de lamp alsof het de lentezon was. Hij voelde de eerste stralen van het seizoen. Eindelijk was de winter voorbij. Lentekriebels overstroomden hem. Het genot kon alleen bestaan door de gratie van de jaargetijden, het contrast ertussen, terwijl in zijn terrarium dus alles al die tijd hetzelfde was gebleven: dezelfde lamp, dezelfde temperatuur, hetzelfde aantal lichturen. Toch moet het voor hem exact zo hebben gevoeld als hoe het voor ons voelt wanneer wij eind februari ineens geraakt worden door dat eerste zonnetje en duizelig worden van die overweldigende mix van nieuwe energie, melancholie, déjà vu, ongrijpbare herinneringen en een warm, onrustig hart.

In eerste instantie lachte ik meewarig toen ik het hem zag doen. Alsof hij dom was omdat hij niet doorhad dat de lente en de winter in zijn terrarium helemaal niet meer bestonden. Maar stel je voor: een reusachtig iemand in het heelal die ons van een afstandje bekijkt – laten we hem geen God noemen – en die ziet hoe wij onze hoofden oprichten naar die eerste lentezon. Diegene zal misschien ook zeggen: ‘Ha, de zon brandde al die tijd al even hard.’ Ook diegene zal misschien meewarig lachen, alsof wat we voelen niet echt is, of onterecht. En ook diegene verdient het om zijn stomme grijns van zijn smoel geslagen te krijgen.


Een abonnement met leuke extra’s? Klik hier. (Ook voor eenmalige donaties.) Mijn laatste boek heet Wij zeggen hier niet halfbroer.