‘Gefeliciteerd met een volle bingokaart!’ stuurde vriendin R. me. Omdat ik nu officieel alle recensies gehad heb. Of Jeroen Vullings moet er nog eentje schrijven in Elsevier.

Afgelopen donderdag werd Hemingway besproken in De Groene Amsterdammer door Christiaan Weijts. Net als het stuk in NRC, van Thomas de Veen, was het een recensie met zowel lof als kritiek. Beide waren doordachte recensies, eerlijke recensies, rechtvaardige recensies.

Dat de recensie in de Volkskrant anders zou zijn wist ik al zodra ik hoorde wie hem zou schrijven. De weken eraan voorafgaand had ik tot God gebeden: niet zij, alsjeblieft niet zij. Maar natuurlijk was zij het wel. Uit betrouwbare bron vernam ik dat ze het boek voor zichzelf claimde, snel, voor iemand anders er iets mee kon. Haar agenda, die ook uit de toon van haar artikel duidelijk blijkt, was op dat moment al duidelijk. Ik ken haar simpele geest, ken haar bekrompen motieven, haar modus operandi. Met alle schrijvers van alle boeken die ze besprak, toen ik nog op de VK geabonneerd was, had ik medelijden. Een goed boek heeft bij haar geen kans. Roman na roman zag ik door de nauwe, donkere, klinische tunnel van haar brein gaan, om er gestript, kaal, misvormd en ééndimensionaal uit tevoorschijn te komen. Zoek anders maar even naar haar recensie van het boek van Marieke Lucas Rijneveld, waarmee Rijneveld de Man Booker Prize won. Zelfs als ze positief over een boek schrijft is het nog gênant, want ook die boeken begrijpt ze in feite niet. Iedere schrijver weet dit. De bijval die ik kreeg na deze recensie—in de vorm van berichtjes—was daarom groot. Onderlinge haat en nijd ten spijt, niemand van ons gunt de ander een recensie van deze vrouw. Waarschijnlijk heeft ze daar zelf geen idee van. De hoofdredactie blijkbaar ook niet.

Maar goed, zoals ik zal zei: ik wist dat deze recensie zou komen, en wist al hoe hij eruit zou zien. In die zin kan ik er ook wel weer om lachen. De voorspelbaarheid ervan; wederom niet verrast worden door iemand die het niet in zich heeft om te verrassen. En ik, die daar dan tóch weer misselijk van is. De gedachte aan al die mensen die de recensie lezen. Ik kan er niks aan doen; ik heb er sowieso een paar dagen last van. Het zou me eerlijk gezegd niet verbazen als het haar, zij het misschien op een onbewust niveau, hierom te doen is.

‘Trek het je niet aan,’ zeggen mensen. Makkelijker gezegd dan gedaan. Wandelen dan maar weer. Films kijken met m’n jongens. Lezen in Antkind van Charlie Kaufman, die me, slechte recensie of geen slechte recensie, aldoor aan het lachen krijgt. En het is ook wel een prettig idee: alle recensies gehad, een einde aan de tergende anticipatie. De balans kunnen opmaken.

Ook heb ik weer een nieuw horloge. Ik heb geruild, voor de zoveelste keer. Dit lijkt een blijvertje. De kast is van brons, wat betekent dat het metaal gaat verkleuren. Patineren, heet dat. Dat vind ik leuk, zo’n proces dat nooit stopt, waardoor het horloge continu in verandering is. Overigens is dit model voor vrouwen bedoeld, geloof ik, maar dat vind ik niet erg; ik heb dunne polsen en dat heb ik leren accepteren.

Enfin. Onderaan dit stukje plaats ik de links naar beide nieuwe recensies. (Een Tikkie vind ik in dezen niet gepast; dit stukje schreef ik meer voor mezelf dan voor jullie.) Morgenmiddag ben ik in de (gesloten) boekwinkel Scheltema voor een live gestreamd interview. Geen idee hoe dat werkt. Als het later is terug te kijken dan laat ik dat nog wel weten.

En o ja, ik droomde vannacht over giftige vlinders. Prachtige, fladderende vlinders die op je hand landen, en die dan bijten. Daar was ik ook al zo ontstemd over.

 


Lees HIER de recensie in De Groene. Lees HIER de recensie in de Volkskrant. Abonneer je HIER gratis op deze stukjes.