Morgen komt Fritz logeren, de jonge Duitse staande van mijn moeder. Een erg leuke hond, al is het natuurlijk wel echt een beest voor kakkers en sta ik er in het bos dus een beetje mee voor lul.

Hoe dan ook, omdat Fritz komt logeren herinnerde ik me ineens de warmste dag van afgelopen oktober. Het was zo warm dat iedereen in een shirtje liep. Post-apocalyptisch warm.

Toen ik die dag op de fiets zat zag ik een man lopen met twee herdershonden. Jonge beesten nog, vacht glanzend, ogen alert, in perfecte conditie. Ze vielen me op door de zon, die hen uit de werkelijkheid tilde en verhief tot avatars van de goden.

De honden liepen los, het gezelschap naderde een straat die ze moesten oversteken. Het was prachtig: de man stak zonder blikken of blozen de straat over, maar de honden gingen allebei op de stoep zitten. De man had hen geen zichtbaar commando gegeven, had hen zelfs niet aangekeken. Alert maar sereen staarden ze naar hun baasje. Trefzeker, en dus niet ongeduldig of hysterisch en staartzwiepend zoals je andere honden vaak ziet doen. Aan de andere kant van de straat draaide de man zich rustig om en heel kalm gaf hij een zeer subtiel hoofdknikje. De herders staken over. Renden ze? Haastten ze zich naar de man toe? Neen, zij liepen als huurmoordenaars na het telefoontje van hun opdrachtgever. 

Even verderop fietste ik langs een tweede mens-hond-combinatie. Nu betrof het een jonge vrouw met een pitbull, of Staffordshire terriër. De vrouw droeg een hemdje en een strakke joggingbroek. De hond liep voor haar uit aan een strakgetrokken riem, hijgend, zwoegend, met grote haast onderweg naar iets waar hij het bestaan niet van kende. De vrouw – niet groot van stuk – helde wat naar achteren; deed ze dat niet dan zou ze naar voren vallen. In haar vrije hand had ze een sigaret. Ze keek chagrijnig en moe, op haar rug kleurde zweet haar hemdje donker. In haar nek had ze een tatoeage: een pootafdruk van een hond. Vermoedelijk was het de pootafdruk van haar pitbull. Vermoedelijk hield ze van hem, maar zoals iedere relatie was ook die tussen haar en haar hond soms zwaar en ingewikkeld. Ik keek nog eens goed naar de pitbull, maar ik zag op hem geen tatoeage van een handafdruk.

Ik hoopte dat de vrouw zometeen niet de man met de herders zou tegenkomen. Ik vreesde de blik van medelijden die de man haar zou geven en het gênante contrast tussen de herders en de pitbull.

Mijn hart lag bij hem, de pitbull, die niet wist waar hij naartoe onderweg was maar wel enorm veel haast had en daarmee de liefde van zijn baasje op het spel zette.


Je wist het al, maar je kunt je hier abonneren op deze stukjes. Kijk ook eens naar mijn boeken als je wilt.