Gisteren kreeg ik weer een berichtje van een gescheiden man die Tussenhuisje had gelezen en me wilde zeggen dat het boek veel voor hem had betekend. ‘Weer’ impliceert dat ik die berichtjes vaker krijg, en dat klopt ook. Van mannen die gescheiden zijn en plots alleen wonen, en die in het boek troost of steun vonden. (Ook van vrouwen, trouwens.)

Mijn antwoord op deze man, gisteren, was min of meer hetzelfde als mijn antwoord op al die berichtjes. ‘Goed om te horen!’ Ik typte het, verstuurde het en ging in de tuin zitten kijken naar het kleine nest, gemaakt van web, met daarin tientallen babyspinnetjes. Iedere dag doe ik dat meerdere keren. Je moet heel goed kijken, want eerst lijken het zwarte stipjes, maar als je goed genoeg kijkt zie je dat het spinnetjes zijn. Soms blaas ik zachtjes en dan zoeken ze allemaal panisch een ander plaatsje op.

Dat ik dat nu ook weer deed is niet gek. Ik wilde weg van het berichtje dat ik had ontvangen. Ze geven me een ongemakkelijk gevoel, die berichtjes. Ik vroeg me af, turend naar mijn babyspinnetjes, waar het vandaan komt.

Ik weet het wel, denk ik. Ik wil niet dat ik slechts een boek over gescheiden zijn heb geschreven. Het gaat over meer dan dat, ik wil dat het over meer gaat dan dat, en dergelijke berichtjes geven me het gevoel dat mijn boek toch wordt gereduceerd tot dat ene thema.

Het is die mannen niet aan te rekenen. Helemaal niet zelfs. Het is míj aan te rekenen. Ik ben altijd bang dat mensen denken dat ik geen literatuur schrijf. Ach ja, dat dagboekje van Henk. Toch is het mijn eerste reactie om die mannen niet helemaal serieus te nemen, en me zelfs een beetje voor hen te generen. Want ze hebben het niet begrepen.

Een keer blazen: de spinnetjes rennen door elkaar heen en gaan weer stilzitten.

Wat een onzin. Er valt niets te begrijpen; je haalt uit een boek wat je eruit haalt. En belangrijker: waarom kan ik me niet gewoon vereerd voelen, en trots, als iemand zegt troost uit mijn werk te halen? Waarom zorgt zo’n berichtje ervoor dat ik van mijn plaats kom, panisch ga rondrennen en ergens anders weer een plekje moet vinden? Wat is dat?

Armoe, dat is wat het is. 

Het is een cliché, maar het is waar: dat het een kunst is om complimenten te kunnen ontvangen. Nou, laten we er dan maar meteen nog een cliché ingooien: je bent nooit te oud om te leren.

Gewoon blijven zitten. Dat is wat ik ga proberen. Blijven zitten en het accepteren. Misschien zelfs een beetje dankbaar proberen te zijn.


Een abonnement op deze stukjes nemen? Dat kan hier zowel betaald als gratis