Ik was vanochtend op bezoek bij mama. We zouden gaan wandelen op de heide, maar we gingen niet. Ze heeft een hond, een Duitse staande, een puber. (Niet én én, maar die drie dingen verenigd in één.)

‘Wil je wandelen of liever gewoon hier koffie? Ik dacht je zal wel niet veel tijd hebben, en veel te doen hebben, dus misschien moeten we gewoon hier koffie drinken.’ Zo wist ze me over te halen. Ik was gekomen om te wandelen, maar ik had inderdaad veel te doen, ja, dat was eigenlijk wel waar. Maar mama heeft soms nog andere redenen voor de dingen die ze zegt. In dit geval maakte ze zich zorgen dat ze de hele wandeling op Fritz (de hond, de Duitse staande, de puber) zou moeten foeteren, en we dus niet zouden kunnen kletsen. Dat wist ik er later uit op te maken. Maar dat zei ze niet, want dan moest ik rekening met háár houden, en dat wil ze nooit, dus hield zij rekening met mij door te zeggen dat ik vast veel te doen zou hebben. 

We dronken koffie. Het was zonnig. Veel vogeltjes bij haar in de tuin. We kletsten over het nieuwe boek van Thomas Verbogt, Hoe alles moest beginnen. Zij las het al, ik nog niet. Wel las ik Als de winter voorbij is. Het is zo mooi, zei ik, hoe Verbogt de werkelijkheid beschouwt als de werkelijkheid zoals die wordt ervaren. Hij zet het niet af tegen hoe de dingen eigenlijk zijn, hij redeneert niet vanuit een objectieve, stabiele, parallelle werkelijkheid die ook bestaat en echter is. Een mens is niet een stabiel wezen dat van alles overkomt, nee, een mens is de ervaring zélf; de ervaring van het geheel, ieder moment opnieuw. Als de mens een herinnering heeft dan is die herinnering echt, klaar.

Terwijl we kletsten, mama en ik, liepen we ook te wandelen. De wandeling die niet was. Fritz rende steeds weg en luisterde niet, en Mama riep hem aldoor tot de orde, waardoor we inderdaad niet aan kletsen toekwamen, maar de zon scheen prachtig en de herfst was mild, en zoals altijd als ik wandel vervloekte ik mezelf om het feit dat ik niet vaker wandel. 

‘En dan,’ schrijft Verbogt op pagina 13. ‘Komt er weer lucht in mijn longen en licht in mijn hoofd.’


Een abonnement met extra’s? Klik hier. (Ook voor eenmalige bijdragen.) Mijn laatste boek heet Wij zeggen hier niet halfbroer.