Zo’n feestdag als vandaag komt voor mij altijd onverwacht. Zeker als ik alleen ben. Sportschool blijkt dicht, supermarkt blijkt dicht. Verdwaasd sta ik naar die gesloten deuren te staren.

Ik wilde sporten, bewegen, het restje van de monsterlijke kater die ik gisteren had eruit zweten. Dus fietste ik zo hard als ik kon naar een terrasje midden in het bos. Daar las ik in The Satanic Bible van Anton LaVey en dronk ik een koffie verkeerd plus een glas water. Met een markeerstift kleurde ik her en der een zin geel. Every man is a god if he chooses to recognize himself as one. Dat was er eentje. Een andere was deze: It is a well know fact that many people die simply because they give up and just don’t care anymore. Man has become lazy. He has learned to take the easy way out.

Het was druk op het terras. Ook vanwege die feestdag natuurlijk; dat besef overkomt me altijd meerdere keren. De vrouw van het stel naast me keek naar de kaft van m’n boek, met op de kaft een pentagram met een geitenkop erin, en ook die titel natuurlijk.

Op de terugweg kwam ik langs de weg die naar de begraafplaats leidt waar mijn stiefvader ligt, en ook mijn vriend van vroeger, die op zijn vierendertigste zelfmoord pleegde. Ik reed er voorbij maar keerde om en sloeg alsnog die weg in. Op het kerkhof wist ik niet waar ik zijn moest, dus liep ik langs rij na rij met doden. Die niet, die niet, die niet. En toen stond ik ineens bij mijn stiefvader. Ik wist dat ik hem zou vinden en toch kwam het als een shock: een soort tinteling in mijn hele lijf, een elektrische golf die eindigde in mijn kruin en iets deed met mijn nu gesloten ogen. Kijken durfde ik pas na een tijdje weer, maar toen was het graf al een stuk steen geworden.

Toen ik verder liep, op zoek naar m’n oude vriend, begreep ik niet waarom ik me zo raar voelde. Ik vreesde iemand te zullen tegenomen. Ik zou me schamen. Het was alsof ik geen recht had om hier te zijn, en geen recht had op verdriet. Ik voelde me een fraudeur. Op het moment dat ik die weg insloeg vond ik mezelf eigenlijk al meteen veel te melodramatisch. En natuurlijk kon ik dit stukje tekst al voor me zien. Was ik überhaupt wel verdrietig? Ik weet dat vaak niet, ik kom er niet bij.

Bij het graf van m’n vriend dacht ik aan dat zinnetje: He has learned to take the easy way out. Die vriend heeft ook ooit LaVey gelezen, zoveel is zeker. Maar gelukkig staat er ook: Unless death comes as an indulgence because of extreme circumstances which make the termination of life a welcome relief from an unendurable earthly existence, suicide is frowned upon by the Satanic religion. Gezien die stelling was de daad van mijn vriend dus waarschijnlijk niet frowned upon. Dat ik hier bij zijn graf stond, dát was frowned upon, dat wist ik zeker, al wist ik niet precies waarom en vond ik het ook niet helemaal eerlijk.


Deze stukjes gratis per mail ontvangen? Klik dan hier.