Zeven jaar lag werd Ewold Horn door islamtische extremisten gegijzeld in de Filipijnse jungle. Steeds als het leger de groepering op het spoor was, of een gedeelte ervan oprolde, werd Ewold niet gered. In 2014 had hij een kans toen het leger het kamp aanviel waarin hij en een andere gijzelaar zaten opgesloten. In de commotie wist de andere gijzelaar te ontsnappen. Ewold was te zwak, vertelde die ander later. Hij had Ewold moeten achterlaten.

Zeven jaar lang in de klamme hitte, tussen insecten en slangen, opgesloten in een kooi van bamboe. Pissen en kakken in een emmer. Geen medelijden, geen compassie. Iedere dag hetzelfde. Op momenten moet de wanhoop dodelijk hebben gevoeld, hij zal ervan overtuigd zijn geweest dat hij eraan zou bezwijken, maar wanhoop is nooit dodelijk, dat maakt het zo’n wrede emotie.

De reden dat hij naar dat deel van de Filipijnen was gekomen, ook al wist hij dat het gevaarlijk gebied betrof, was de gallicolumba luzonica, oftewel de dolksteekduif. Een duif met een felrode, slordige vlek op zijn borst, alsof hij met een dolk is gestoken.

Ewold was een vogelspotter. Voor een vogelspotter is het vinden van een bepaalde vogel niet hetzelfde als het vinden van een bepaalde postzegel voor een postzegelverzamelaar. Tenminste, dat denk ik. Een vogel leeft. Een vogel kun je aankijken. En als een vogel zo zeldzaam is dat je bijna van een mythisch wezen kunt spreken, dan heb je te maken met een geest, een folkloristisch beest dat alleen werkelijk bestaat als jij ernaar kijkt. In dat moment ben je onderdeel van de mythe, en toch weet je dat het echt is, want je bent erbij, hoe kort het ook duurt.

In zijn schitterende reisverslag The Snow Leopard maakt Peter Matthiessen een barre tocht door Nepal. Dit in een tijd dat het nog geen toeristische attractie was. Het was een innerlijke reis evenzeer als een fysieke reis, en het spotten van de ongrijpbare sneeuwluipaard was van die reis de logische conclusie. Het zou een bevestiging zijn, een kosmische erkenning. Maar Matthiessen heeft de sneeuwluipaard niet gezien. Het dier was er aldoor in zijn gedachten, in zijn ziel, maar nergens te zien. Ergens, vlakbij, moet die kat geslopen hebben. Matthiessen heeft er vrede mee. Sterker nog: hij vond het beter zo.

Nu vraag ik me uiteraard al de hele tijd af of Ewold Horn gedurende die zeven jaar in de jungle de dolksteekduif heeft gezien. Ik denk het wel. Het moet haast wel. De vogel komt alleen voor in de jungle van de Filipijnen. Misschien zag hij er regelmatig eentje. Hoe zal dat geweest zijn, de vogel zien waarvoor je gevaarlijk gebied trotseerde? Op een tak, plukkend in zijn eigen veren, vrij en achteloos, en dan weer verdwenen.


Je kunt je HIER gratis abonneren op deze stukjes.