Na de tweede aflevering van Mindhunter, een dramaserie over de intrede van de psychologie in de FBI, haakte ik af. Ik kon niet tegen dat uitleggerige. Kijk, dit is hoe het toen ging. Complete Wikipedia-pagina’s in de dialogen gepropt.

Wel kwam ik zo terecht bij de echte video-interviews met seriemoordenaar Ed Kemper, die als personage in de serie voorkomt. Ze staan gewoon op Youtube. Kemper was (of ís, want zit opgesloten) een beer van een vent met het gezicht van een nerd. Hoogbegaafd. Begin jaren zeventig gaf hij zichzelf aan. Ze hadden hem anders nooit te pakken gekregen, beweerde hij. Toen hij zichzelf aangaf had hij net zijn moeder vermoord.

De FBI interviewde hem en liet hem rustig praten. Niet onder dwang, niet met een felle spot op hem gericht. Puur om inzicht te krijgen in moordzaken waar een motief leek te ontbreken. Het is fascinerend om hem te zien praten. Hoe goed hij zichzelf begrijpt. Hoe kalm hij vertelt. De tranen wanneer het over zijn moeder gaat.

Ze woonden nog altijd samen, zijn moeder en hij. Zijn hele leven was hij door haar vernederd, gemanipuleerd en kleingehouden. Normaal contact met meisjes was onmogelijk geweest. Op een avond liep hij, na een dag ruziën, haar kamer binnen, misschien wel om het goed te maken. Ze zat te lezen in bed en zei bitter: ‘Oh, I suppose now you want to talk all night again.’ Hij verliet de kamer en wist dat hij haar zou doden, zoals hij dat ook had geweten bij de andere vrouwen; een alles verzengende hitte die hem vanbinnen aanvrat. In het interview huilt hij als hij haar woorden herhaalt. Haar kilte, haar bitterheid.

Diezelfde nacht onthoofdde hij haar en had hij seks met haar hoofd en lichaam. ‘I humiliated her body.’ Daarmee was de reeks vermoorde vrouwen tot een einde gekomen. Een catharsis, zo noemde hij de moord op zijn moeder. In feite waren alle vrouwen die hij had vermoord surrogaten voor zijn moeder geweest.

Ik luisterde naar hem en had wat ik vaker heb: ik begrijp het. Niet dat ik ook zo’n moeder heb, of dergelijke extreme driften, maar mijn empathie neemt bezit van me. Ik snap het. Ik bedoel niet alleen dat ik de logica kan volgen, of de psychologie, maar ik vóél het. En dan gebeurt er iets anders: ik ben opgelucht dat ik zo niet ben. Omdat ik wel zo had kúnnen zijn. Datzelfde heb ik ook wel eens wanneer ik bijvoorbeeld mijn zoontje in bad doe en erop toezie dat hij zijn piemel wast. Dan ben ik ineens opgelucht dat ik daar niet seksueel opgewonden van raak, omdat het wel zo had kúnnen zijn.

Ook was ik ineens bijna ontroerd door deze Kemper. Zijn openhartigheid en plotse emotie. Maar ook door die interviewer, die daar zonder oordeel zit te luisteren. Oordeel of moraliteit hadden op dat moment geen enkel nut meer, geen enkel bestaansrecht. Na een verwoestende orkaan ga je ook niet heel boos weigeren om die orkaan in kaart te brengen. De orkaan was er. Je weet dat de orkaan er moest zijn. Nu wil je hem begrijpen. De kracht, de zeldzaamheid, de unieke samenloop van omstandigheden. Misschien heb je er zelfs ontzag voor. 


Abonnement op deze stukjes? Klik hier. Een boek lezen? Ze heten Bidden en vallen en Wij zeggen hier niet halfbroer.