Ik kocht dus een platenspeler. Tevens een oude versterker (een Sansui uit de jaren zeventig) en een setje oude speakers (B&W, ook jaren zeventig). Nu moet ik platen kopen. Of nee: nu is het leuk om platen te kopen. Beetje struinen door die winkeltjes en bakken. Spotify heeft álles, en daardoor weet je het soms gewoon niet meer. Maar als je, zoals ik laatst, in zo’n bak ineens de schitterend foute hoes van Judas Priest’s Hero, Hero aantreft en er thuis achterkomt dat die plaat heel, héél hard rockt, dan heb je een mooie ontdekking gedaan.

Eén plaat, echter, heb ik online besteld. Aan het toeval kon ik dat niet overlaten. Something to Write Home About van The Get Up Kids. Natuurlijk: jeugdsentiment, nostalgie. Ik ben een dertiger, bijna veertiger, dus al die cliché’s zijn ook op mij van toepassing.

Ik ontdekte dat album zo rond mijn twintigste. Ik zong nog in mijn punkbandje. Even ervoor was ik naar Amsterdam verhuisd, vanwege de Pabo, waarmee ik na een paar weken alweer stopte. Ik woonde samen met een vriend. Een jaar later verhuisde ik terug naar Eindhoven. Hoe dan ook, gedurende mijn tienerjaren moest ik niets hebben van softe, sentimentele muziek; het moest hard en ruig, maar in Amsterdam begon mijn horizon langzaam te verbreden. (Nee, heus niet door die stad, als je dat soms dacht.) Het hoefde niet meer alleen maar stoer te zijn. Ook was ik inmiddels, heel voorzichtigjes, begonnen met schrijven. Korte verhalen. (In het Engels, *rolling eyes emoji*.)  

Ik luisterde dat album op cd, opnieuw en opnieuw. Het was punk, zeker, maar het was liefdevolle, romantische punk. Het was poëtische punk, zelfs, en het resoneerde met mijn ontkiemende schrijverschap. Misschien was dat album in relatie tot dat ontkiemen zelfs water, zonlicht en mest.

Ik was nog een kind, dat ook. Ik weet nog dat mijn vrienden uit Eindhoven een keer bij ons langskwamen; we zouden op stap gaan in Amsterdam. De deurbel klonk en mijn vriend deed open. Ik was expres voor mijn computer gaan zitten, met een tekstbestand op het scherm. Ik wilde dat mijn vrienden zouden zien dat ik zat te schrijven. Dat ze zouden denken dat ik misschien wel een schrijver was. De muziek die ik had opgezet was Something to Write Home About.

Toen ik zesendertig was, en bijna gescheiden, en vanwege een soort vroege midlife crisis skateboardlessen was gaan volgen, gaf ik al mijn cd’s weg aan die skatehal. Wat moest ik er nog mee? Ik had nu Spotify.

Vorige week viel de lp op de mat. Met eerbied pulkte ik het cellofaan eraf. Opgewonden legde ik de plaat op de speler. Het plectrum trok langs de snaren, de eerste akkoorden klonken, de zanger viel in: ‘What became of everyone I used to know?

Warme gevoelens: ja, natuurlijk. Weemoed: ja, natuurlijk. Maar ook realiseerde ik me dat ik ergens nog steeds die jongen ben. Dat ik nog steeds hoop dat iemand me ziet schrijven, en dat diegene denkt: Wauw, dus Henkie is een schrijver geworden!


Op 27 maart verschijnt Berichten uit het tussenhuisje. Het is al te bestellen/ reserveren bij alle boekhandels. Je op deze stukjes abonneren kan hier