Ja oké goed prima, we kennen allemaal het cliché van de stiltecoupé: toch zijn er iedere keer weer passagiers die bla ba bla. Ik schreef er zelf ook al vaak over, al deed ik dat natuurlijk zó goed dat enige clichématigheid, als daar al sprake van was, mijn stukjes extra goed maakte; een origineel onderwerp interessant zien te krijgen, dat kan iedereen, maar een cliché interessant weten te maken, dat kunnen alleen de groten.

Stiltecoupé dus. Vlak voor vertrek, hartstikke vol, nog slechts drie plaatsjes vrij, de stroom van nieuwe passagiers nog niet opgedroogd. Een groep van drie dames van middelbare leeftijd zoekt naarstig naar een plaats voor drie maar zien die nie. Ze kletsen nog luid als ze zien dat ze een stiltecoupé zijn binnengestapt. Balen natuurlijk. Met de meiden een dagje lekker naar Amsterdam en al meteen je smoel moeten houden, en dan ook nog verspreid over drie plaatsen moeten zitten. Netjes verdeeld, dat wel: één helemaal voor, één helemaal achter en één in het midden. 

Als we eenmaal rijden blijft de coupé wonderbaarlijk stil. Ik zit helemaal voor naast de grootste, ze neemt meer plaats in dan ik. Ze heeft haar mobieltje in haar hand, met daarop WhatsApp. Al snel blijkt dat het een groepsapp is met diezelfde twee vriendinnen.

Dan begint het. De vrouw naast me ziet een appje verschijnen en barst in lachen uit. Het is een rokerige, raspende, zware lach. Meteen typt ze een antwoord. Even is het stil. Dan wordt er aan het einde van de coupé gelachen, al even rokerig, raspend en zwaar. Dan, een paar seconden later, klinkt hetzelfde geblaf in het midden van de coupé. Het zijn erupties, plotseling en hard, zonder gêne, zonder zelfbewustzijn.

Zo blijft het doorgaan. Een stille coupé met daarin, om beurten, haast als in een choreografie van de Muppet Show, een eruptie van zo’n vouw.

Lezen lukt me niet meer. Op de telefoon van de vrouw naast me zie ik een gifje verschijnen van een mal huisdier dat een mal trucje doet. Eruptie. Ik kijk naar haar, maar natuurlijk voelt die vrouw dat niet, immuun voor de blik van De Ander. 

Ik stel me een heel grote hamer voor. Een grote, houten hamer, zoals op een kermis of zo. Dat is een spelletje toch? Je weet niet uit welk gat er een poppetje omhoog komt, maar als dat gebeurt moet je er zo snel mogelijk op meppen, anders is hij weer verdwenen. Waar zal er nu raspend gelachen worden? Naast me, blijkt. Er verschijnt geen hamer. Wel kan ik, omdat ze zo schudt, een goede halve centimeter armsteunruimte veroveren.


Je abonneren op deze stukjes kan HIER.