Ik luisterde een podcast over een Amerikaanse moordzaak in de jaren tachtig. Een paar kinderen vonden in het bos een metalen vat met daarin twee lijken. De verteller van de podcast associeerde het met typische avonturenfilms uit die tijd, films met kinderen in de hoofdrol. Die films zouden ook zo beginnen. Denk aan Stand By Me en The Goonies. Er klonk weemoed door in zijn verhaal, of op z’n minst nostalgie.

Het werkte aanstekelijk. Zelf dacht ik terug ook aan de jaren tachtig. Aan die twee films ook. En aan het soort avonturen dat ik met vriendjes beleefde. Een aansteker kopen bij de snackbar, zonder precies te weten wat we ermee gingen doen; je kon ze keihard op straat gooien, dan ontploften ze, of we hielden de vlam onder een speelgoedautootje, of we verzamelden zwerfplastic en zetten dat in de fik, onze t-shirts over onze monden tegen de giftige, groene rook. Met een stok prikten in een dode vogel. In een steegje vonden we seksblaadjes. Met een blaaspijp schoten we witte besjes op rijdende auto’s, en dan renden we voor ons leven als een chauffeur de achtervolging inzette.

Geen mobieltje. Geen internet.

Mijn oudste zoon is bijna veertien. Op zolder bij mijn ex heeft hij zijn eigen kamer. Hij wilde een pull-up bar hebben, zodat hij zichzelf kon optrekken. De vriend van m’n ex monteerde er eentje aan de muur, maar de muur was te zwak en dus begon het ding langzaam los te komen. M’n zoon kan hem al een tijdje niet meer gebruiken. Er hangt nu was aan te drogen. Ik liep er laatst voorbij en besefte dat hij zich dit later zou herinneren, het beeld van zo’n stang aan de muur met kleren die eroverheen hangen, precies zoals ik me de zwarte schroeiplek op de gaskachel herinner in de woonkamer van ons huis, vroeger, waar één van m’n broers een trui op te drogen had gelegd die vervolgens in de fik vloog. Die plek zat er jarenlang; er werd niets aan gedaan. Het zijn zulke beelden die het totaalbeeld van je jeugd vormen, bijna als een soort fundering waar het dagelijks leven op leunt.

In de podcast ging het erover hoe moeilijk het was om die moord op te lossen. Met DNA werkten ze toen nog niet. Er hingen nog niet overal camera’s. Ook dit maakte nostalgisch. Avontuur is makkelijker zonder camera’s. Avontuur is ook makkelijker zonder Instagram, Twitter en Facebook, en zonder telefoon waarop je altijd bereikbaar bent. ‘Zet je telefoon aan,’ zeg ik desondanks tegen m’n zoon als hij naar buiten gaat. ‘Zodat ik je kan bereiken.’

Momenteel ben ik aan het verbouwen. Straks is alles nieuw. Al het oude verdwenen. De oude houten vloer met gaten erin waar soms naaktslakken doorheen kwamen; als we ’s ochtends beneden kwamen zagen we de slijmsporen. Dat is ook weer zo’n beeld. Die hele vloer is nu weg. Er ligt een laag beton. Dat kan dus gewoon. Alles wat je kent kan veranderen. Je denkt dat het je fundament is, en dat het leven zelf zal instorten als je die dingen weghaalt, maar zie: je bent er nog. In feite leun je helemaal nergens op. Er is niks om op te leunen. Je hangt maar wat, in de lucht gehouden door iets wat je niet kunt zien of begrijpen. Of zoals de inheemse bewoners van Noord-Amerika zeiden: a great spirit carries you across the sky.

 


Je zou je op deze stukjes kunnen abonneren. Ik zou dat vooral doen. Het kan HIER.