Als de wekker gaat in het donker is het alsof er iets niet goed is. Wakker worden voelt verkeerd. Wat me wacht wanneer het licht aangaat is te zwaar, te veel, te moeilijk. Ik heb het niet over nog even lekker willen slapen. Ik heb het over weerzin, niet willen leven. Het warme water van de slaap rolt als branding over me heen en trekt me terug naar zee. In zekere zin is het een verlangen naar de dood, vermoed ik. De drang om er niet meer te zijn.

Gekke gedachte dat ik iedere ochtend de moed en zin bij elkaar moet sprokkelen om te leven. In die eerste minuten lijkt het onmogelijk, simpelweg een te grote opgave.

Ik hoor de voetstappen van mijn jongste op de trap en voel hem bij me kruipen. Even zeggen we niks en is er alleen onze warmte en ons ademen. Ik lig dan te vechten tegen het verlangen om te sterven, ik wacht op redenen om te leven. Die komen altijd vanzelf wel; de nacht sluipt bij me vandaan maar fluistert naar me dat hij me weet te vinden, hij geeft me een knipoog en zegt dat ik altijd welkom ben.

Dan de douche, de luide stralen, de laatste restjes duisternis die door het putje spoelen.

Vorige week interviewde ik een vrouw die na negen maanden een dood kind baarde en  daarna nóg een miskraam kreeg nadat er, middenin Amsterdam, een handgranaat onder haar auto was geëxplodeerd. Zij staat iedere ochtend vrolijk naast haar bed, zei ze. Met het ontwaken komt ook de levenslust. Bij haar zakt de moed haar juist in de loop van de dag in de schoenen, onverwacht en fel, wanneer ze haar best moeten doen om een reden te vinden voor de kleine dingen: het bereiden van eten, het poetsen van tanden, de ene voet voor de andere zetten.

Charles Bukowski zei ooit dat hij respect had voor eenieder die ’s ochtends zijn of haar veters strikt. Omdat het krankzinnig veel moed vergt, zo redeneerde hij.

Er is altijd het donker. Als een cape. Achter je, om je heen, en hoe harder je rent, hoe harder ze wappert. 


Je kunt je abonneren op deze stukjes en ook kun je een eenmalige donatie doen. Klik hier. Mijn meest recente boek is Wij zeggen hier niet halfbroer.