‘Kent iemand een mooiere melodie dan deze van Beethovens liefdeslied Adelaide?’ tweette Thierry Baudet gisteren. Ik zag zijn gezicht terwijl hij het typte: een zelfvoldaan tuitmondje. In zijn ogen zag ik het schitterende beeld van zichzelf dat opdoemde in zijn gedachten; het beeld dat hij nodig heeft, continu, als de weerspiegeling in het water van Narcissus.

Baudet houdt niet echt van klassieke muziek. De Baudet die hij zich inbeeldt, díé houdt van klassieke muziek.

Ik denk niet dat er een echte Baudet bestaat. Alleen de ingebeelde Baudet bestaat. Hij heeft zichzelf verzonnen, maar die verzinner, die heeft geen gezicht, geen persoonlijkheid; het is een gapend gat waar nooit genoeg in kan.

Maandag werd hij Politicus van het Jaar. De media die hij zo beschimpt, want een links complot – het trucje van Donald Trump – overhandigde hem een prijs die hij, blij als een kind, in ontvangst nam. Dit ben ik, dacht Baudet. Ik besta. Zie je wel dat ik besta.

De media een complot? Geenszins. Eerder een monster dat zichzelf voedt met de eigen stront, aldoor grotere drollen poept en die weer opvreet. Ik nu ook. Ja, ik evengoed. Ook ik pers Baudet de wereld in, en ook hierdoor wordt hij weer een klein beetje groter.

Baudet hangt boven het spiegelende water en ziet zijn eigen gezicht steeds scherper worden. Steeds mooier, steeds sterker. En het water, dat zijn wij. 


Je kunt je op deze stukjes abonneren voor €2,50 per maand. Klik hier. In maart verschijnt mijn nieuwe boek Berichten uit het tussenhuisje.