Ik wist dat het ging gebeuren. Onze oppas snotterde, mijn oudste zoontje lag in bed te hoesten. Het virus cirkelde om me heen. Toen ik ’s nachts wakker werd van een ruwe keel vroeg ik me eerst nog af of het kwam doordat ik – na een Oxazepam en een Westmalle Triple – misschien urenlang had liggen slapen met mijn mond open. Maar na een paar slokken water ging het niet over. Ik viel weer in slaap, vanwege dat pilletje natuurlijk, want gewoonlijk raak ik van een kriebelkeel zo gefrustreerd dat slapen me niet lukt.

‘s Ochtends moest ik ergens naartoe. Een commerciële klus. Op het station van Eindhoven zit een nieuwe winkel, zo’n De Tuinen-achtige zaak met vitaminen en homeopathische middelen. Ik had nog tien minuten en liep naar binnen. Geen andere klanten. Tegen de vrouw achter de kassa zei ik: ‘Geef me je beste placebo. Iets waarin ik kan geloven.’

De vrouw – middelbare leeftijd, tenger, klein – keek me vragend aan. Ik wees naar het schap met homeopathische middelen. ‘Ik word verkouden,’ zei ik. ‘Ik weet dat de werking van al die middelen nooit met empirisch onderzoek is bewezen, maar ik wil er graag in geloven.’

Ze was het er niet mee eens, zei ze. Die middelen werkten wel degelijk. Ze zei het met precies genoeg zelfvertrouwen en overtuiging om me haar te doen geloven. Kortom, helemaal volgens plan. ‘O, toch wel ja?’ Ik klonk meteen opgewekt. ‘Welke moet ik hebben dan?’

We bespraken mijn klachten. Ze gaf me een neusspray met allerlei kruiden erin, waaronder hondsdraf en weegbree. ‘En Echinacea dan?’ vroeg ik. ‘Dat doet toch ook iets?’ Nu keek ze ineens sceptisch. Ze pakte een potje met Echinacea en zei: ‘Ja, maar niet met de aanbevolen hoeveelheid. Je moet meteen vijftig druppels nemen in plaats van twintig.’ Ze sprak iets zachter en kwam iets dichterbij staan, alsof ieder moment de homeopathie-politie kon binnenkomen om haar te arresteren.

Dat was perfect. Dat gevoel van geheimzinnigheid, van onthulling. Exact wat ik nodig had. Het was gelukt: haar fictie was mijn fictie geworden. 

In de trein liet ik vijftig druppels Echinacea in een kartonnen beker kamillethee vallen. Ik spoot de hondsdraf en weegbree in m’n neus. De naweeën van de Oxazepam en het schommelen van de trein wiegden me in een halfslaap waarin ik kon geloven, en zelfs echt voelen, dat de kruiden ijverig met me aan de slag gingen.   


Op zaterdag zal Henk vast niks schrijven, dacht je. Nou, mooi wél dus. Abonneer je HIER op mijn stukjes. Vraag in de winkel naar mijn roman: Bidden en vallen.