Momenteel werk ik aan een boekje. Ik werk natuurlijk altijd wel aan een boek, maar nu werk ik aan een boekjuh. In opdracht. Mag ik verder nog niks over zeggen. Hoe dan ook, van zaterdag tot woensdag heb ik in een huisje in Vorden zitten werken. 

Het was een huisje naast een woonhuis. De vrouw des huizes haalde me op van het station(netje). Er was een hond die mij niet moest. Zo’n hond die graag de baas speelt over schapen. Ja, tegen schapen durfde hij wel. Hij blafte naar me en had z’n staart tussen z’n benen. De vrouw zei: ‘Het komt door je grote rugzak.’ En het is waar: mijn rugzak is heel groot. Maar nadat ik de rugzak af had gedaan moest de hond me nog steeds niet. De vrouw had daar geen verklaring voor.

‘Wil je even mee naar binnen om mijn man te ontmoeten,’ vroeg ze. Of dat droeg ze op. Dus dat deed ik. ‘Ik zei toch dat hij het was,’ zei ze tegen haar man, toen we binnenkwamen. ‘Ja, ik zie het nu ook,’ zei de man. 

Mijn huisje was klein en knus. De vrouw legde alles uit. Het bed stond in de kamer. Het bureau was prima. Ik leefde als een monnik. Vroeg naar bed, geen druppel alcohol, iedere ochtend een reeks voedingssupplementen. In die paar dagen typte ik 10.000 woorden.

’s Nachts viel het licht van de maan binnen en hoorde ik af en toe een uil, en ook af en toe een ezel. Het klonk nieuw en vreemd, het geluid van die ezel. Ik vroeg me af of ik het eigenlijk al wel eens eerder had gehoord. Ik bedoel het échte geluid, en dus niet het geluid dat is opgeslagen op mijn culturele harde schijf. (Tekenfilms, mensen die een ezel nadoen, etc.) Wat me opviel is dat het ‘hi’-geluid in ‘hi-huuhh, hi-huhhh’, niet opzettelijk is. Het ‘hi’ is het inademen, zodat de ezel kracht kan zetten voor het ‘huhhh!’ In feite is een ezel heel slecht in het maken van zijn eigen geluid. Geen idee hoe lang geleden de ezel zijn huidige vorm kreeg, evolutionair gezien, maar dat hij nu nog steeds zijn eigen geluid niet onder de knie heeft, dat zegt wel wat.

De laatste dag kreeg ik van de vrouw des huizes een appje. Of ik die avond bij haar en haar man wilde eten. Ik besloot toen om die middag al naar huis te gaan. Dat was ik al een beetje van plan, maar nu wist ik het zeker.

Toen ik het terrein verliet was de hond mijn beste vriend.

Nee, dat is niet waar. De hond blafte en gromde me na tot ik uit het zicht was.


Hier meer info over boeken en abonnementen.