Het had erger gekund. Ik bedoel zo verschrikkelijk is het niet. Ik bedoel ik heb het best naar m’n zin. De woorden all inclusive wekten bij mij altijd de vrees voor grote groepen dronken Russen. Ik zal dat ooit ergens gehoord hebben en sindsdien is het blijven hangen. Die dronken Russen zijn er niet.

Mijn jongens hebben de tijd van hun leven, en al erger ik me kapot aan de muziek, die overal is, en aan de vele lelijke toeristen met media-afspelende smartphones waar niemand ooit nog een koptelefoontje bij gebuikt, desondanks ervaar ik af en toe dat typische, nostalgie-doordrenkte vakantiegevoel: het geluid dat m’n slippers maken als ik op een sterk aflopend paadje wandel; de geur van gortdroge naaldbomen; de cigales, of zangcicaden, die evenredig met de kracht van de zon harder beginnen te tjirpen; in de namiddag dobberen in het zoute water, weg van alles en eindelijk op goede voet met de nu milde zon; de zwerfhond met de dolle ogen die steeds van een afstandje naar me kijkt maar nooit dichtbij komt; het bestijgen van de lange, verweerde trap van het strand naar boven met de zon op mijn blote rug, me bewust van het fysieke afzien vlak voor mijn eerste koude biertje.

En mijn jongens, natuurlijk. De lol die ik met ze heb. Hoe ze ’s avonds laat in het donker van hun slaapkamer ernstig met elkaar kletsen.

Zelf lig in dan met een boek op de rechterhelft van een tweepersoonsbed. De linkerhelft was eigenlijk voor iemand anders, maar die ging niet mee. Je moet de situatie beoordelen op hoe hij is, zo lees ik in één van de twee boeken die ik meenam, en niet op hoe hij had kúnnen zijn. Duh. Maar het is een goed boek: The Happiness Hypothesis, geschreven door een psycholoog die oude filosofische en spirituele wijsheden over geluk toetst aan de moderne wetenschappelijk kennis over ons gedrag en gevoelsleven. Ik lees nu een hoofdstuk over onze snelle en ferme kritiek op anderen, en ons hopeloze gebrek aan zelfinzicht en zelfkritiek. In feite kunnen we weinig verkeerd doen, al zeggen we het zelf. De mensen, hier, die ’s ochtends vroeg een strandbedje claimen door er meteen een handdoek op te leggen en dan op hun gemak te gaan ontbijten, bijvoorbeeld, die vinden zichzelf geen huichelaars. De bleke, vadsige Duitser die op zijn slippers komt dineren, ondanks het verzoek om schoenen aan te trekken, die vindt zichzelf geen ordinaire lul. Al die mensen hebben geen idee van de diepe, agressieve haat die ik voor hen koester, en de energie die me dat kost.

Zelf doe ik uiteraard niets verkeerd. Ik ben een man met liefdesverdriet die zijn zoons trakteert op zee, zwembad en ongelimiteerde kindercocktails. Ik draag schoenen bij het diner, ik lees boeken in stilte. Goed, dat ik om de haverklap iets moet delen op Instagram is misschien wat sneu, maar kun je me dat werkelijk kwalijk nemen? Want als ik lijd zonder getuigen, lijd ik dan wel echt?


Abonneer je hier gratis op deze stukjes.