Waar was ik gebleven? O ja, dus ik zeg tegen die serveerster: ‘En als we met z’n achten één tosti bestellen?’ Nu blijft ze me aanstaren. Zo van: hou je moeder maar voor de gek. Ik hef m’n armen op in een gebaar van overgave en zeg, achteruitlopend: ‘Oké, oké, maar in mijn verdediging, die collega van je, die jongen, die had ook kunnen zéggen dat ik iets moest bestellen.’ Ze wil nog iets terugzeggen maar wordt dan ergens door afgeleid, een bestelling of zo.

Bij het tafeltje vertel ik Stine Jensen hoe de vork in de steel steekt, of stak. ‘We hadden hier dus helemaal niet mogen zitten.’ Stine’s wenkbrauwen gaan iets omhoog, maar niet veel; ze is geen vrouw van dramatische mimiek. De serveerster, echter, reageert met meer engagement. Ze stond blijkbaar vlakbij en heeft me horen vertellen. Mijn uitleg vond ze niet adequaat, zo blijkt, want ze wil graag nog even toelichten. ‘Het zit zo,’ begint ze, nu tegen Stine. Ze legt het, voor de goede orde, nog eens uit. De vlammen van mijn recalcitrantie laaien hoger op, want plots herinner ik me mijn tegenargument. ‘Maar je collega,’ zeg ik weer. ‘Die had kunnen zéggen dat ik iets te eten moest bestellen.’

Stine beaamt: ‘Dat is zo, dat had hij kunnen doen.’

De serveerster glimlacht naar ons als naar flauwe kinderen. ‘Kom,’ zegt ze. ‘Je zag dat hij menu’s neerlegde, en bestek, dus toen had je het kunnen weten, en toen had je kunnen zeggen dat je alleen maar wat kwam drinken.’

‘Niet mee eens!’ roep ik, opgewonden omdat ik mijn gelijk ruik. Ik heb zelf namelijk ook lang in de horeca gewerkt. ‘De bediening behoort bij binnenkomst te vragen of je wat komt eten of alleen wat komt drinken.’

De vrouw schudt glimlachend van nee.

‘Jawel,’ zeg ik. ‘Kijk.’ Ik wijs naar de ingang, naar het stukje vloer bij de bar, je zou kunnen zeggen de entree. ‘Dáár dient de selectie plaats te vinden. Daar is bij uitstek de plaats waar je de gasten selecteert op eters of alleen-wat-drinkers.’ Ik wijs niet alleen, ik gebaar met twee uitgestrekte armen en beeld zo als het ware de complete entree uit.

Stine zegt: ‘Ja, de selectie gebeurt daar.’ Waarop ik heftig begin te knikken.

De vrouw zucht en rolt met haar ogen. Dat is trouwens niet waar, ze rolt helemaal niet met haar ogen, maar dat is wel de emotie die ze uitstraalt, en dus schrijf ik dat ze met haar ogen rolt. Ze zegt: ‘Dat is niet hoe het hier werkt.’

Inmiddels hebben Stine en ik onze jassen aan en schuifelen we met z’n drieën, al discussiërend, richting de uitgang. ‘Goed,’ zeg ik. ‘Prima. Maar kunnen we dan op z’n minst afspreken dat jullie openstaan voor een herziening van de regels? Ik kan daarover meedenken. Ik heb er ideeën over.’

Stine en ik passeren de jongen, de ober van wie ik aan het tafeltje mocht gaan zitten. Hij staat laconiek met een meisje te flirten. Als hij me ziet begroet hij me met een cool achterwaarts hoofdknikje.


Je abonneren op deze stukjes? Klik dan alsjeblieft hier. En kijk ook eens naar mijn boeken, als je wilt.