Op tafel in de wachtkamer van de huisarts – don’t ask – ligt een stapel glossy’s. Een kwartier te vroeg, somber en moe, pak ik de bovenste van de stapel. Een Cosmopolitan. Een special over influencers. Pagina na glanzende pagina is gevuld met foto’s van, en interviews met, meisjes van tussen de twintig en dertig. Ze zijn succesvol, ze stralen, ze zijn puntgaaf. Hun roem hebben ze op Youtube en/ of Instagram. Aan honderdduizenden volgers tonen ze hun make-up, kleding of fitnessoefeningen. In hun interviews schijnt het soort bescheidenheid door dat alleen een succesvol iemand kan hebben, iemand die wordt benijd, die het in feite volstrekt logisch vindt dat het succes haar of hem is overkomen.

Om me heen zitten de andere wachtenden. Een man met een t-shirt waarop een monstertruck staat afgebeeld, met erboven de naam van een monstertruck evenement. Hij kijkt me steeds net iets te lang aan. Niet intimiderend, maar gewoon omdat hij niet doorheeft dat hij al te lang gebiologeerd naar me zit te staren, waarbij ook zijn mond een eindje openhangt. 

Het meisje dat we allemaal wel willen zijn, staat bij één van de influencers, die bakken met geld verdient door het promoten en uitproberen van verschillende soorten make-up, die de mooiste foto’s van zichzelf maakt en vertelt dat iedereen kan wat zij kan. Het is de mantra van de geslaagden: het is mij gelukt, dus iedereen kan het, als ze maar willen. The law of attraction. Volg je dromen en je zult goud vinden. En toch zo gewoon gebleven.

Een jong stel is er met een pasgeboren baby en een dreumes. Moe en uitgedijd zit de moeder op een stoel terwijl haar vriend, met opgeschoren haar en een lange gouden ketting bungelend aan zijn nek, zich liefdevol en moedig over hun ongehoorzame dreumes ontfermt. De moeder zucht en sluit haar ogen.

Ik blader door de foto’s. Allemaal hetzelfde soort meisjes. Allemaal wit en knap en jong, allemaal met dezelfde inhoudsloze interviews. Voor ieder van hen, vermoed ik, zijn er tien onzekere meisjes die thuis in hun huid snijden, met naast zich, op hun telefoon, de Instagram-foto’s van hun favoriete influencer, chillend op Bali, in badpak, met een perfect lichaam, drinkend van een kokosnoot. 

Er komen twee ambulancebroeders binnen. Een oude vrouw, die al een tijdje in een rolstoel zat te wachten, wordt door hen op een brancard gelegd. Hun uniformen zijn een maatje te groot, ze dragen afgetrapte gympen. Ze spreken haar kalmerend toe en maken grapjes in Eindhovens dialect die haar zichtbaar ontspannen. Zowel de dreumes als de man met het monstertruck t-shirt kijken er met open mond naar.

Als de dokter mijn naam roept sla ik de glossy dicht. Ze zitten nu gevangen tussen twee kaften, de influencers. Maar ik hoor ze nog. Hun galmende leegte achtervolgt me de spreekkamer in. ‘Geef toe,’ fluisteren ze. ‘Ook jij wil zijn als wij.’ 


Voor een gratis of betaald abonnement op deze stukjes: klik hier