Je jongste ligt boven in bed en je kijkt een film. Je zit op de bank en drinkt een biertje en je kijkt een film. Precies zoals het hoort. Het ziet eruit zoals het eruit moet zien. Je kunt nu ontspannen, even helemaal niks, lekker verdwijnen in die film. Het gaat over ex-commando’s die besluiten een Zuid-Amerikaanse drugsbaas te overvallen in zijn eigen jungle-villa. Het is een krankzinnig plan en dat zie je aan hun gezichten. De risico’s zijn enorm. Nu gaat het beginnen, ze gaan het nu echt doen.

Vroeger, toen je van wiet nog niet paranoïde werd, keek je dit soort films vaak stoned. Je kon je dan akelig goed inleven. Verbijsterend was het, dat iemand zoiets krankzinnigs echt deed! Het was intens. Het is de ultieme beleving van een film: dat gevoel.

Nu kom je er niet in. Er zit een muur voor. De muur ben je zelf. De muur is er bijna altijd. Het is een muur van donkere wolken waar bliksemschichten doorheen schieten. Iedere bliksemschicht zorgt voor een korte, felle verkramping van je buikspieren en een lichte duizeling. Van iedere bliksemschicht zoek je de oorzaak; je vindt die zelden.

Met die groep mannen komt het een soort van goed. Eentje wordt doodgeschoten. Hij wist wat de risico’s waren, maar het blijft spijtig.

Goed, denk je na afloop. Dat was dat. Je hebt een film gekeken met een biertje erbij. Je had een ontspannen avond. Nu nog even met de hond naar buiten.

Het weer is onstuimig. Het waait en het nattige grijs van de dag kleeft nog aan de schemering. Niet koud. De wind doet de blaadjes ruisen, of de blaadjes doen de wind ruisen; niemand die het weet; juist dat maakt het zo magisch en wezenlijk. Je weet hoe wezenlijk, hoe mooi, hoe transcendent. Maar de muur is hier ook. De magie is theoretisch, een oude herinnering. Dat wat de wereld tot je doet spreken zwijgt nu.

Ik weet dat ik in de tweede persoon enkelvoud schrijf om me te distantiëren van de hierboven omschreven emoties. Dat heb je scherp gezien. Ik bedoel jij. Jij daar. Chapeau, petje af. Volg nu mijn voorbeeld en druk je hoofd tegen de kop van mijn hond Vinnie. Sluit je ogen. Hoor hem een keer diep uitademen, alsof hij eindelijk rust heeft gevonden. Ruik de warme geur die zijn vacht plots loslaat. Voel zijn haar tegen je voorhoofd. Zijn harde bulterriër-schedel tegen jouw schedel, het hondenleven dat zich erachter bevindt. De tijd dat hij zwierf, dat hij met een iele ribbenkast in de Spaanse zon lag te hijgen en naar vliegen hapte. Zijn reis, van daar naar hier, van toen naar nu. Druk jouw ziel tegen zijn ziel. Vorm met hem één beest. Laat alles tussen jullie verdwijnen en smelt samen. Adem uit als hij uitademt. Hier is geen muur. Dit is echt. Een begin. Een opening.


Veel stukjes schrijf ik tegenwoordig niet meer, maar HIER kun je je er gratis op abonneren.