Gisteren kocht ik de nieuwe roman van stijlvirtuoos Wessel te Gussinklo: De hoogstapelaar. Vijf jaar geleden las ik zijn roman Zeer helder licht, die me met een homerun uit het veld sloeg. Dat boek was tevens aanleiding voor mij om met Wessel mee te liften voor Volkskrant Magazine. Dat deed ik toen nog iedere week. Ik weet nog dat het een hele reis vergde voor ik überhaupt bij hem kon instappen, ergens in Zeeland. In januari, koud en donker, stond ik ’s avonds bij een klein stationnetje op hem te wachten. Hij kwam voorgereden in een klein, oud, gammel autootje waarin hij ons vervolgens hard en vrij roekeloos naar een semi-sjiek hotel bracht, alwaar we bier en wijn dronken. Ik was vijfendertig; eind deze maand word ik veertig.

De aanschaf van zijn nieuwe boek deed me daaraan denken, maar ook dacht ik aan het moment, na drie jaar die rubriek te hebben gedaan, waarop de redactie van VKM er genoeg van had en de stekker eruit trok. De paniek die ik voelde was overweldigend. Niet alleen paniek, ook verwoestend defaitisme. Het werd niets met dat schrijverschap van mij, ik zou blut raken en in de schulden komen. Koortsig zocht ik op het internet naar vacatures, maar nergens werd gevraagd om een ongeschoolde ex-schrijver met wat horeca-ervaring. Ik was de lul. Toch kwam er daarna weer een nieuwe klus. Ik geloof dat ik toen grote interviews voor de Elle ging schrijven. Tot ook dat weer stopte. Nieuwe paniek.

Gisteren hoorde ik van de redactie van de LINDA. dat ze na nog drie toekomstige columns met me gaan stoppen. De klik is er niet echt, dat voelde ik zelf ook al wel. Mijn hart is te donker en wrevelig voor hun glossy pagina’s. Wat ook niet heeft meegeholpen is dat na één of twee columns mijn relatie uitging en ik steeds verder in een depressie gleed. De nagolven van die relatiebreuk infiltreerden zo’n beetje iedere column. (Horen die golven trouwens niet in kracht áf te nemen?) Hoe dan ook: nieuwe paniek, nieuwe wanhoop. Ik moet mezelf op het hart drukken dat het vaker zo ging en dat het wel goedkomt. 

Gisteren vond ik de foto terug die bij mijn lift met Wessel werd afgedrukt. Ik lijk er méér dan vijf jaar jonger op. Het kwam allemaal terug: dat hobbelritje op de donkere provinciale weg, Wessels sjaal en verweerde kop, de lobby van dat hotel en de drankjes die we dronken. Wessel had veel meer dan twee wijntjes gehad toen hij me terugbracht naar het stationnetje. Of misschien heb ik dat er naderhand bij verzonnen. Een beetje extra romantiek. Ik schrijf verhaaltjes. Vaak weet ik zelf ook niet hoe het nou écht was.


Heel sporadisch schrijf ik een stukje als dit. Als je die automatisch per mail wilt ontvangen klik je HIER. Mijn laatste boek heet Niets zal ons redden maar een beetje liefde is oké.