Op de stoel naast me bij de kapper zit Henry. Een man van in de vijftig. Een echte Eindhovenaar. Volks, van weinig dingen onder de indruk. Een buikje, handen die hebben gewerkt. Lichaamstaal die zegt: Ik moet het nog zien. Hij monteerde zonneschermen en hij was buschauffeur. In de bus hebben ze hem een keer in zijn gezicht gespuugd. ‘Dan heb ik liever dèh ze me slaan.’ Het incident heeft hem lang dwarsgezeten. Van de jeugd van tegenwoordig heeft hij geen hoge pet op.

Hij liet het gaan, toen die jongen hem bespuugde. ‘Ik bleef heel kalm.’ Toen zijn zoon ervan hoorde werd Henry wraak aangeboden. ‘Moe’k ‘m opruimen, pa?’ Zo had die zoon dat gezegd. Opruimen. ‘En hij had ‘t gedaan, zonder twijfel. Dan is het wel weer handig om zo’n zoon als de mijne te hebben.’ Maar nee, hij vroeg zijn zoon het te laten rusten. Zijn zoon was nog niet zo lang geleden vrijgekomen.

Zonneschermen plaatste hij ook vaak bij rijke mensen. Die waren het ergst. ‘Dan vroeg ik: is het water afgesloten? Nee? Waarom krijgen we dan geen koffie? Het liefst hadden ze dat je je boterhammen in je busje opat. Och, och, och, dèh volk is verschrikkelijk.’

Henry zit nu al een poosje thuis. Zijn schouder. Altijd met die zonneschermen gesjouwd en aan dat grote stuur van de bus getrokken. En het wapperen met de handdoek heeft ook niet geholpen. Henry is een löyly, ofwel iemand die in de sauna met een handdoek de stoom door de cabine wappert. Hij deed zelfs mee aan wedstrijden. ‘Ge moet alles in de gaten houden. Ge moet de muziek erop uitkiezen, de geurkruiden, alles. Dèh luistert heul nauw.’

Nu moet hij waarschijnlijk worden geopereerd. ‘Daar ben ik als de dood veur. Ik heb ‘t liefst dèh ze me thuis bij het ontbijt al verdoven en da’k nergens niks nie van meekrijg.’

Henry is bang. Onder zijn mij-kende-niks-moaken-voorkomen huist een bange man. Hij werkte zijn hele leven keihard, maar moest in zijn werkbusje kijken naar de huizen van de mensen die veel meer verdienden dan hij en die hem geen koffie aanboden. Hij reed op de bus en werd in zijn gezicht bespuugd en vernederd. Hij zag zijn zoon de gevangenis ingaan. De wereld is te groot, te meedogenloos, te ingewikkeld, te oneerlijk. De enige plek waar hij een gevoel van controle had was in de sauna, wapperend met zijn handdoek.

‘Dèh mis ik wel ja,’ zegt hij. ‘De sauna. Daar kwam ik gèr.’


Ontvang je mijn stukjes liever per mail? Dat kan. Ik plaats ze ook op Facebook. Mijn roman heet Bidden en vallen.