De maag-darm-leverarts geeft me een nieuw recept. Muntolie en psylliumvezels. ‘Die dingen probeerde ik al,’ zeg ik, waarop hij zegt: ‘Maar ook tegelijk?’ Dus naar huis met muntolie en psylliumvezels. Ja, weer precies als in het boek dus.

Er is me gevraagd of de publicatie van het boek een soort afsluiting is, of die periode nu tot een einde is gekomen. Dat zou mooi zijn geweest, een boek als wondermiddel; dat je, als je van een levensfase genoeg hebt, die alleen maar tussen twee kaften hoeft te zetten.

Het eerste exemplaar viel op de mat de zaterdag voor DWDD. Ik haalde het uit de envelop en staarde ernaar. Daar is het dan, dacht ik. Het verhaal van de wegloper.

Tijdens DWDD zat ik naast Joop van den Ende op de bank. Ik keek steeds naar zijn nek, de oude huid en de grijze haartjes die uit de plooien groeiden. Ik rook zijn sterke aftershave, voelde zijn overwicht, zijn krachtige aura, en tegelijkertijd zijn kwetsbaarheid en sterfelijkheid. Het maakt allemaal niet uit: een miljardenbusiness, een boek over privé-sores; nog even en het is allemaal voorbij.

Van den Ende was vriendelijk. Voor de opname speelde de band een nummer voor het aanwezige publiek. Hij deed zijn oordoppen in en keek me aan met een vrolijke grimas. ‘Hard hè?’ zei hij tijdens het applaus. Ik beaamde dat, maar zei dat ik het juist wel fijn had gevonden, die vloedgolf van geluid die me vastpinde op mijn stoel en de zenuwen wegsloeg. Hij knikte onzeker. 

Ik herinner me het geruststellende kneepje in mijn nek en schouder van mijn beste vriendin Lisa, naast me, en hoe ik steeds afdwaalde tijdens de gesprekken die niet het mijne waren. (Wat me doet denken aan één van de eerste recensies op bol.com, van een meneer die mijn boek ‘de egotrip van een narcist noemde’.) En ook hoe ik steeds naar die Britse band keek, die daar stond te wachten tot ze konden afsluiten, de hele uitzending lang, zonder dat ze er een woord van konden verstaan, staand, met gitaren om hun nek. Ik dacht aan hun verkrampte voeten en kuiten, aan hoezeer ze zich daar stonden te vervelen.

Na afloop heb ik maar niet al te goed gezocht in de krochten van Twitter, waar het oordeel werd geveld. Ik lag wakker, in bed, in mijn eigen krochten, en dacht aan de nieuwe relatie die net uit was, aan hoe ik opnieuw was weggelopen. In gedachten sloop ik de trap al af, naar het medicijnkastje met de benzodiazepines.

Wat ik je eerder al zei: het zou mooi zijn geweest, een boek als wondermiddel; dat je, als je van een levensfase genoeg hebt, die alleen maar tussen twee kaften hoeft te zetten.


Inmiddels verkrijgbaar: Berichten uit het tussenhuisje. Abonneren op deze stukjes of een eenmalige donatie doen kan hier