De oude meesterhorlogemaker aan wie ik ter reparatie mijn vintage IWC horloge gaf (zie eerder stukje) is er nog altijd niet mee klaar. Sterker nog: hij heeft me nog niet eens gebeld om te laten weten wat het gaat kosten en te vragen of ik daarmee akkoord ga. Enkele weken geleden mailde ik hem om ernaar te informeren: had hij misschien al tijd gehad om naar mijn horloge te kijken? Ik kreeg een mail terug: hij was er nog niet aan toegekomen en zou het me laten weten. Geen verontschuldiging, geen uitleg.

Sindsdien durf ik hem niet nog eens te mailen of bellen. Het was de toon van die laatste mail. Ik dacht irritatie te bemerken. Misschien zelfs wel meer dan dat. Antipathie. Ik was iemand met te veel haast, een proponent van een maatschappij die geen geduld meer had en geen respect voor het verstrijken en rijpen van de tijd. Wij willen altijd maar meer en het moet altijd maar sneller. Zie wat daar nu van gekomen was: het dodelijke virus was nog niet aan die gore vleermuis in Wuhan ontsnapt of wij hadden het al met onze decadente reislust kriskras over de hele wereld verspreid.

Maar de aard van zijn afkeer was en is nog persoonlijker. Dat voel ik aan de radiostilte die er nu tussen ons heerst. Hij walgt van me, deze meesterhorlogemaker uit Asten, zwijgend in zijn kleine werkplaats tussen zijn tientallen tikkende en klingelende wandklokken. Hij walgt van me omdat ik overal woorden aan vuil moet maken, overal over moet schrijven, overal erkenning voor wil hebben, alles moet delen. God, meneer begint met koud douchen en de hele wereld moet het weten. Meneer koopt een spijkermatje. Meneer heeft (had) een walnotenboompje in zijn tuin. Wat maakt hem dat toch bijzonder. Iedereen moet ervan horen. Er mag geen dag voorbijgaan dat de mensen niet over de trivialiteiten van zijn bestaan lezen.

De meesterhorlogemaker walgt van die dingen omdat hij weet hoe hij stil moet zijn. Hij is een zenmeester. Iedere tik van iedere wandklok in zijn werkruimte bevestigt en bestendigt het bestaan, en dat is genoeg. Met fijne instrumenten plukt hij aan radertjes en springveertjes. Hij doet dat omdat hij dat doet. Dat dit bestaat, dat hij hier is, is erkenning genoeg. Alles wat hij daaraan zou kunnen toevoegen is extra en overbodig. Ieder woord waarmee hij zichzelf zou kunnen beschrijven is onzinnig en onnodig. Hengelen naar bevestiging is corruptie. Ieder geluid, iedere stemverheffing, een dissonant. 

Voor de meesterhorlogemaker ben ik een stoorzender op een radio zonder uitknop.

Maar inmiddels zijn er nog meer weken voorbij gegaan. Ik mis mijn horloge. Het is een mooi horloge, een echte IWC, en ik had hem nog niet zo lang. Maar als ik mezelf dan weer door de ogen van de meesterhorlogemaker zie, dan voelt het missen als aanstellerij, en verman ik me. Zijn telefoontje komt wanneer het komt.

Tenzij hij ondertussen gestorven is. Mijn horloge nog in de hand, zijn vuist er vol verachting omheen geklemd.

 


Neem gerust een gratis abonnement op deze stukjes. Klik hier.